Suikerbroodsyndroom

Met een beetje mazzel is gedeputeerde Sander de Rouwe nu verlost van zijn suikerbroodsyndroom. Onlangs kreeg hij een vernieuwd suikerbrood aangeboden geschikt voor de export. Lange tijd dacht hij dat Friese bedrijven meer moe(s)ten exporteren om te (kunnen) innoveren. Ambtenaren op het provinciehuis hadden vastgesteld dat bedrijven die meer exporteren meer innoveren en veronderstelden een causaal verband: exporteren (oorzaak) leidt tot innoveren (gevolg). Het omgekeerde lijkt mij eerder het geval. Er was natuurlijk al eerder een denkfout gemaakt, wanneer twee verschijnselen correleren ( zich gelijktijdig voordoen) is er niet als vanzelf sprake van oorzaak en gevolg. Bekend voorbeeld betreft het aantal ooievaars op een dak en het aantal baby’s dat er onder geboren wordt. Het fenomeen kon ooit ergens in Nederland waargenomen worden. Weliswaar siert een ooievaar met een luier met baby in de snavel nog menig geboortekaartje, van oorzaak en gevolg is zoals bekend geen sprake. De Rouwe heeft met zijn suikerbroodsyndroom last van een gemankeerd mentaal model.

Mentale modellen zijn van alle tijden, het gaat daarbij om de beelden die mensen hebben van hun (leef)wereld en die in hoge mate hun handelen bepalen. Het gemankeerde mentale model van de gedeputeerde omtrent exporteren en innoveren is relatief onschuldig, er vloeit geen bloed uit voort. Dat kan niet iedereen zeggen, dit jaar is het honderd jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog en een einde aan de laatste tsaar van Rusland. Van een causaal verband is overigens geen sprake, de tsaar was al in 2017 afgetreden. Later dit jaar zal er ongetwijfeld aandacht worden besteed aan beide gebeurtenissen. Aan het begin van de twintigste eeuw lieten besluitnemers zich ook leiden door mentale modellen met helaas afgrijselijke gevolgen. Mooie boeken over dit onderwerp zijn de Slaapwandelaars om aan te geven dat men in die tijd slaapwandelend een oorlog begon en Oorlog en Revolutie. Fascinerend om te lezen vanuit welke optiek men in die tijd de wereld beschouwde. De aanslag op de Oostenrijkse troonopvolger in Sarajevo in juli 2014 was een “mooie” aanleiding om daadwerkelijk oorlog te gaan voeren. Na de Eerste Wereldoorlog was de Tweede welhaast onvermijdelijk, niet te geloven waartoe gemankeerde mentale modellen soms kunnen leiden.

Met een beetje geluk weet de Friese gedeputeerde voor economische zaken zijn wereldbeeld bij te stellen: willen bedrijven meer kunnen exporteren dan zullen ze eerst meer moeten innoveren. Merk op dat er meerdere vormen van innovatie zijn: de meeste aandacht gaat doorgaans uit naar productinnovatie en in mindere mate naar sociale en procesinnovatie. Gelet op het feit dat er meer bedrijven en organisaties aan de laatste twee vormen van innovatie kunnen doen dan aan productinnovatie is het uitermate vreemd dat hieromtrent geen beleid wordt geformuleerd. Dat suikerbroodsyndroom kennen we nu wel, we zijn nu in afwachting van serieus innovatiebeleid.

Advertisements

Heet seizoen Groene Ster

Ongeacht het weer wordt het een heet seizoen in de Groene Ster. Het College van B &W van Leeuwarden is voornemens het bestemmingsplan van het recreatiegebied te veranderen en wil daartoe een vernieuwende aanpak toepassen: belanghebbenden mogen meepraten. Klein probleem is echter dat de meeste belanghebbenden tot op heden nooit serieus zijn genomen. Vorig jaar de lustrumeditie van Welcome to the Village in de Groene Ster, ik kan mij de eerste editie nog levendig herinneren want samen met iemand anders een bezwaarschrift ingediend. De initiatiefnemers hadden een blik op de kaart geworpen, ontwaarden een eiland waar wel een dorp zou kunnen komen. Dat stuk recreatiegebied was destijds in gebruik door de naturisten en die weten als geen ander dat de kaart van een gebied niet het gebied zelf is. Op het moment dat de mensen van het muziekfestival daadwerkelijk een kijkje kwamen nemen was als gevolg van een herinrichting het eiland verdwenen. Daarna zou nog menig ambtenaar dezelfde fout maken door niet ter plekke te gaan kijken wat er zoal wel of niet gebeurt. Lange tijd stond ik welwillend tegenover festivals in de Groene Ster, sinds vorig jaar kunnen ze mij gestolen worden.
In 2017 was het centrale knooppunt van doorgaande fietspaden in totaal bijna een maand geblokkeerd. Natuurlijk, grote delen van het gebied waren toegankelijk, zelfs tijdens het psychedelische festival Psy-Fi kan nog altijd alles behalve een zomerse stranddag accommoderen. Wie niet weet hoe het recreatiegebied wordt gebruikt ziet gemakkelijk het belang van dat knooppunt over het hoofd. Is dat geblokkeerd dan kunnen tal van fietsers, wandelaars, hardlopers al dan niet voorzien van hond(en) niet het gebied gebruiken zoals zij dat graag willen en gewend zijn. Voor de duidelijkheid, ik ben er een van. Kan het hele jaar hardlopend in het gebied worden aangetroffen, werd met de Kerst nog ingehaald door de voormalige baas van de daklozenopvang. Opmerkelijk want bij Loop Leeuwarden zelden eerder over de streep. Hij werd vergezeld door een vrouw op een fiets, wellicht een stimulans of een stok achter de broek. Ik heb geparticipeerd in de meest recente herinrichting en op verzoek van het waterschap gefigureerd in een filmpje over dit project. Niet dat ik de eerste keus was, werd pas als laatste gevraagd en het was een kwestie van: een filmpje met mij of geen filmpje. Een uitnodiging voor een officieel moment ter afronding van het project zat er niet in ook al is de herinrichting succesvol gebleken door de inbreng van externe materiedeskundigheid.
Onder druk van juridische procedures veelal gewonnen door Stichting Groene Ster Duurzaam moet de gemeente Leeuwarden noodgedwongen de koers verleggen en gaat mensen vragen te participeren die jarenlang zijn geschoffeerd. De meeste mensen met de meeste betrokkenheid bij het gebied willen in ieder geval niet nog meer gedoe met festivals. Het onderwerp gaat in ieder geval verhitte gemoederen opleveren ongeacht de buitentemperatuur. Kleine kans dat ik aan de overlegtafel wordt uitgenodigd, weinig mensen die net als ik alle edities van alle festivals van dichtbij hebben gevolgd, dus dat gaat allemaal helemaal (niet) goed.

Toegevoegde waarde

Hebben bobo’s ook toegevoegde waarde? Volgens burgemeester Crone moet de zorgverzekeraar De Friesland zelfstandig blijven. Opmerkelijk genoeg konden we in de Volkskrant afgelopen week meer lezen over de perikelen aangaande dit bedrijf dan in de Leeuwarder Courant. Kennelijk mogen we niet weten welke rol Friezen in het verlies aan zelfstandigheid hebben gespeeld. Goed beschouwd zijn verzekeringen ondingen om een boterham mee te verdienen, je kunt er weinig waarde aan toevoegen. Verzekeringen zijn veelal een noodzakelijk kwaad en niet zelden wettelijk verplicht. Je betaalt premie en in de polisvoorwaarden staat vermeld wanneer je wat mag claimen. Een verzekeraar maakt winst wanneer er meer premiegeld binnenkomt dan er wordt geclaimd. Een enkele keer kan er verlies worden geleden door onvoorziene omstandigheden, elke verzekeraar heeft actuarissen (statistici op het gebied van verzekeringen) in dienst om de (verlies)kansen te berekenen. Het vervelende feit doet zich nu voor dat het ene Leeuwarder bedrijf van Achmea moet bloeden voor het gepruts van een ander Leeuwarden bedrijf. Wie zet nu een product in de markt waarbij je modules naar believen kunt in- en uitschakelen? Hoe weet je als verzekeraar ooit of je meer premies binnenkrijgt dan er aan schade wordt geclaimd?

In mijn jonge jaren verdiende ik in de zomermaanden een zakcentje door kazen te keren in pakhuizen langs de Snekertrekweg. In die tijd kon menigeen met dat werk een boterham verdienen en een gezin onderhouden. Al dat handmatige werk moest geautomatiseerd worden en op bedrijventerrein de Hemrik verscheen een gloednieuwe fabriek. Hoelang die fabriek heeft gefunctioneerd weet ik niet meer, maar naar verloop van tijd verdween kaasverwerking uit Leeuwarden. Voor producten afkomstig van het land bestemd voor consumptie geldt iets vergelijkbaars als voor verzekeringen: je kunt er weinig of geen waarde aan toevoegen, voor het handhaven of vergroten van de (winst)marge is schaalvergroting nodig om de kosten te drukken. Die schaalvergroting gaat steevast gepaard met de uitstoot van arbeid en de concentratie van het restant vindt – heel opmerkelijk – zelden in Leeuwarden plaats. In zo’n vijftig jaar zijn er veel arbeidsplaatsen verloren gegaan in de voedselverwerkende industrie en bij banken en verzekeraars. Kennelijk doen we hier collectief iets niet goed.

Het voormalige pand van de verzekeraar Aegon in Leeuwarden krijgt een nieuwe bestemming: studentenhuisvesting. De Leeuwarder Courant vermeldde met een wat nostalgische ondertoon welke kantoorpanden dat lot eerder ten deel vielen. De teloorgang van Leeuwarden als kantorenstad. Erg? Kantoorwerk is niet zelden administratief van aard, noodzakelijk maar veelal niet van toegevoegde waarde. Als gevolg van technologische ontwikkelingen verdwijnt het vroeg of laat, daar doe je niks aan. Leeuwarden doet er verstandig aan zich te richten op een nieuwe fase, eentje waarbij kennis en cultuur als grondstof fungeert. Het is derhalve uiterst urgent om het Friese bedrijfsleven bij het project LF2018 te betrekken. Friese bedrijven zullen op andere manieren toegevoegde waarde moeten zien te realiseren.

Verkeerde vragen

Onlangs weer zo’n onnavolgbaar stuk in de Leeuwarder Courant, dit keer over de economische effecten van LF2018. Waarom stellen ze bij die krant toch altijd de verkeerde vragen? Over een tijdje is in Leeuwarden de jaarvergadering van de wereldhandelscentra en een intrigerende vraag lijkt mij: Wat is de status hiervan en in welke mate gaat het Friese bedrijfsleven participeren en profiteren? De World Trade Centers komen naar Leeuwarden vanwege de uitverkiezing tot Culturele Hoofdstad van Europa, het activeren van een zoekmachine leverde niks op. Vorig jaar werd onder het Friese bedrijfsleven een prijsvraag uitgeschreven om met suggesties te komen voor een inkomende handelsmissie. Geen enkel Fries bedrijf viel in de prijzen, vijf reeds gesubsidieerde organisaties kregen nog meer subsidiecentjes. Wat is de status van deze handelsmissies? Enkele Friese gemeenten hebben in China een zusterstad met het oogmerk daar in economisch opzicht beter van te worden. Gaan we dit jaar nog iets van “onze” Chinese zustersteden merken?

Nynke Laverman zong ter gelegenheid van de opening van LF2018 het lied Zes Uur Thuis. Wie bekend is met de verandermethode http://en.wikipedia.org/wiki/Theory_U begrijpt dat het LF2018-lied betrekking heeft op de linker bovenkant van de U: je kunt pas beginnen met veranderen wanneer je je bewust bent van je automatismen. Vorig jaar viel te lezen dat onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat noordelijke bedrijven meer gebaat zijn bij sociale innovatie dan andere vormen van innovatie. Stenden Hogeschool had ooit een kenniscentrum sociale innovatie maar dat werd geen succes. Krijgt het LF2018-lied middels de verandermethode Theorie U een vervolg bij het Friese bedrijfsleven?

Jaren geleden kon je dat kenniscentrum sociale innovatie bezoeken in het kader van de kijkdagen Europa om de hoek. Traditioneel zijn die halverwege de maand mei. Kunnen we dit jaar ook ergens in Noord-Nederland een kijkje nemen? Zo niet, waarom gebeurt er kennelijk dan niets? Goede vragen stellen is niet echt moeilijk, we zijn natuurlijk benieuwd naar de antwoorden. De Leeuwarder Courant heeft sinds kort een nieuwe hoofdredacteur die zich wil laten leiden door vragen van lezers. Wanneer kunnen we de antwoorden op gestelde vragen verwachten? Of is dat de verkeerde vraag?

Allemaal andersdenkenden

Moeten Friezen echt om zes uur ‘s avonds thuis zijn? Toch jammer dat de organisatie van LF2018 dit lied niet in een bredere context weet te plaatsen en te duiden. Mensen kunnen pas veranderen wanneer ze zich bewust zijn van hun automatismen en daar gaat het LF2018-lied over. Onlangs konden we in diverse media lezen dat de uitstroom van Friese jongeren naar elders aanhoudend hoog is. Voorstanders van het eerste uur van LF2018 weten dat een van de doelstellingen van het project is om die uitstroom te verminderen, succesvol is het project derhalve nog lang niet. Gaat Cultuur met een hoofdletter C om uiteenlopende uitingen van kunst, cultuur met een kleine letter c gaat over de manier waarop mensen omgaan met de andere sekse, ruimte en tijd en hoe mensen aankijken tegen gezagsverhoudingen. Landen verschillen in cultureel opzicht in hoge mate van elkaar, een klassieker op dit gebied is getiteld: Allemaal Andersdenkenden. Stel die jonge Friezen willen baas worden in Boston, Brussel en Beijing. Over welke (inter)culturele vaardigheden dienen ze dan te beschikken? In de schappen van de lokale boekhandel zag ik een boekje staan met de titel: The Culture Map: Breaking Through the Invisible Boundaries of Global Business.

Om een of andere reden hebben auteurs over (aspecten van) cultuur een voorkeur voor twee dimensies zodat de assen waarlangs wordt gemeten een rooster kunnen vormen van vier kwadranten. Een as horizontaal en de andere verticaal. Zo kun je leiderschapsculturen in verschillende landen in kaart brengen door te kijken naar de attitude aangaande gezagsverhoudingen en de wijze waarop besluiten worden genomen, door de baas of de groep. In sommige landen mag je de baas weliswaar met de voornaam aanspreken en dat lijkt dan heel egalitair, maar neemt hij wel het besluit. Nederland is samen met andere Scandinavische landen als Denemarken, Noorwegen en Zweden tamelijk egalitair en is het besluitvormingsproces gericht op consensus. Leer een land te scoren op deze twee dimensies en je kunt overal baas zijn.

Het verband tussen cultuur en economie is niet altijd precies te duiden, een recente uitgave van het Amerikaanse tijdschrift voor organisatie en management HBR zet daarom de cultuurfactor in de spotlights. De auteurs van het openingsstuk hanteren een tweetal andere dimensies, de wijze waarop mensen met elkaar interacteren en hun respons op verandering. Ze zien kans om in de vier kwadranten acht organisatieculturen te projecteren, het voert te ver om ze hier te behandelen. Het is duidelijk dat er een verband bestaat tussen de cultuur van een groep mensen en hun economisch welbevinden. Organisaties en bedrijven hebben als voordeel dat het management een eventueel veranderingsproces een beetje kan sturen, bij een regionale samenleving als de Friese is sturing van bovenaf niet aan de orde.

Het LF2018-lied kan de start zijn van een veranderingsproces, als Friezen willen veranderen dan zullen ze dat zelf moeten doen. De essentie van het project LF2018 is een experiment hoe je met Cultuur wellicht een cultuurverandering kunt bewerkstelligen. Friesland kent overigens ook een bestuurscultuur, die kent slechts een enkele dimensie: amateuristisch.

Opening als een nachtkaars

Niet de opening van LF2018 zelf was nieuws maar de commotie erover. Goed beschouwd zijn geen van de beoogde doelstellingen gehaald: Leeuwarders weer bij het project betrekken en publiciteit genereren om toeristen te trekken. Na het winnen van de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2018 moesten Friese bobo’s eerst een jaar rusten voordat ze van de schrik bekomen waren. Momentum voor doorpakken is toen verloren gegaan, een flitsende opening zou alles weer goedmaken. Wat is ervan terecht gekomen? Blijkens een berichtje op de website van de regionale omroep is de organisatie van LF2018 zeer content met het verloop van de opening afgelopen weekend. In dat verhaal figureerde iemand die de toespraak van eurocommissaris Frans Timmermans had mogen aanhoren. Een ingezonden brief(je) in de Leeuwarder Courant maakte gewag van het ontbreken van toespraken. Ik stond zelf bijtijds in de regen en kou op het Wilhelminaplein in afwachting van wat er zou komen en miste een voorprogramma. Het eerste wat de presentatrice op dat plein vertelde was dat de drie pleinen waarop de happening zou plaatsvinden (digitaal) met elkaar verbonden waren. De een kon in stadsschouwburg de Harmonie toespraken aanhoren want kennelijk genodigde die een ander miste en als voorprogramma hadden fungeren. Waarom was de Harmonie niet met de rest verbonden zodat op schermen iedereen een en ander had kunnen volgen? De oorzaak is een weeffout in de organisatie.

Destijds is door de kwartiermakers gekozen voor het aan- en uitbesteden van de projecten uit het bidbook aan professionele marktpartijen. De openingsplechtigheid viel toe aan theatergezelschap Tryater uit Leeuwarden. Organiseren is in essentie het opsplitsen van een grote taak in deeltaken en het afstemmen van de deelresultaten tot een samenhangend geheel. Het theatergezelschap levert conform afspraken het gevraagde product op en de organisatie van LF2018 vergeet het te integreren met de rest. Eigenlijk kunnen ze bij die club niet organiseren, ze denken dat het project een buurtbarbecue XL voor genodigden is. Gelet op de drie pleinen met bebouwing rondom begrijp ik dat de mogelijkheden voor een echt spectaculaire opening beperkt zijn en in dat licht is de inzet van drie replica’s van de Oldehove een artistieke vondst. Het dwong helaas tot een statische presentatie die lang niet iedereen kon bekoren. Over de opening die Leeuwarders had moeten inspireren zal in de toekomst niet meer worden gesproken, wegens het ontbreken van vuurwerk na afloop ging die als een nachtkaars uit.

De hele opening was toegespitst op de live tv-uitzending die uiteindelijk door ruim achthonderdduizend mensen is bekeken waaronder vermoedelijk veel Friezen. Geprogrammeerd achter een veelbekeken programma in de veronderstelling kijkers te trekken. Maar wie zappen wil voorkomen zal het programma moeten beginnen met spannende beelden in plaats van oubollige plaatjes. Dat nog zoveel kijkers zijn blijven hangen mag een wonder worden genoemd. Veel toeristen zal die tv-uitzending niet opleveren. De balans van de opening ziet er niet goed uit. De geoogste publiciteit was van het verkeerde type, alleen de regionale media rapporteerden over de opening zelf. De Volkskrant over de commotie rondom de tv-uitzending, wat andere landelijke kranten hebben gemeld is (mij) niet bekend.

Doorsnee inwoners van de stad Leeuwarden hebben nog altijd helemaal niks met Culturele Hoofdstad, de opening heeft daarin geen verandering gebracht. Ik zou zeggen: LF2018, leer alsnog organiseren en communiceren want anders gaat het hele project net als de opening als een nachtkaars uit.

Wegens opening gesloten

Vanwege de opening van LF2018 was de verleiding groot om een keertje verstek te laten gaan. Indachtig de verandermethode Theorie U is het verstandig te leren terwijl de toekomst zich ontvouwt en daar is alle reden voor. Ruim een week geleden werd de extra editie van de Slachtemarathon afgeblazen wegens een gebrek aan belangstelling. Steevast viel in de media te lezen dat bij een reguliere editie de kaarten de deur uitvlogen en nu niet. Het succes van een normale Slachtemarathon is gebaseerd op exclusiviteit: eens in de vier jaar en een beperkt aantal kaarten. Secundaire succesfactoren zijn de duur van een dag, de te behappen afstand waarvoor slechts beperkt getraind hoeft te worden en na afloop: thuis douchen. De beoogde editie van dit jaar voldeed aan geen enkele succesfactor van een reguliere editie. Hoe kun je dan verwachten dat het storm loopt? Wanneer je als organisatie succes hebt kun je maar beter weten waarop dat succes gebaseerd is. In dit geval is iets te gemakkelijk gedacht dat een surrogaat net zo aantrekkelijk zou kunnen zijn als het origineel.

Het wegvallen van dit evenement heeft geen gevolgen voor het geheel, er valt nog genoeg te beleven. De kwartiermakers van LF2018 dachten destijds de kans op mislukkingen te (kunnen) verminderen door de projecten uit het bidbook individueel aan te besteden aan professionele marktpartijen. Het geheel wordt daarentegen robuuster door een grotere verscheidenheid. Meer verschillende partijen die uiteenlopende evenementen organiseren, dat komt de robuustheid ten goede. Het wegvallen van de Slachtemarathon zonder gevolgen laat zien dat zo’n strategie werkt. Organisaties doen er verstandig aan ook intern diversiteit in kennis en vaardigheden na te streven, bij veranderende externe omstandigheden is er dan een passende reactie in huis.

Een buitenkansje om gratis een aantal musea te bezoeken laat ik net als tal van anderen niet lopen. De avond voorafgaand aan de opening een bezoek gebracht aan het Historisch Centrum Leeuwarden. Wachtend op een rondleiding door de ondergrondse schatkamer een praatje gemaakt met een vrijwilliger betrokken bij het digitaliseren van foto’s. Bleek niet op de hoogte van een industriestandaard voor grafische afbeeldingen met de mogelijkheid voor traploos in- en uitzoomen genaamd SVG: http://en.wikipedia.org/wiki/Scalable_Vector_Graphics . Onderweg naar het Fries museum bij het Boomsma Beerenburg Museum binnen geweest voor een opkikkertje. In het Fries museum trof ongeveer elke bezoeker een andere als bekende, Leeuwarden is soms net een dorp.

Tot slot het minst bekende museum van de stad, een museum genaamd het Andere Museum. Gevestigd op Oostersingel 8 bevat het een fraaie collectie oldtimers. In mijn omgeving had nog nooit iemand van dit alleraardigste museum gehoord. De stad kent meer bezienswaardigheden dan menigeen zich bewust is. Mooie start van LF2018.

Managing the unexpected

Is het project LF2018 een investering of geldverspilling vanwege een elitair feestje? Afgaand op berichtgeving op http://www.liwwadders.nl overwegen bewoners van de armste wijken van Leeuwarden te protesteren bij de opening en pogen bobo’s hen op andere gedachten te brengen. Of LF2018 een investering is zal nog moeten blijken, investeringen worden geacht een rendement te hebben en het is verreweg van duidelijk wat de opbrengsten van al die evenementen zullen zijn. Zo’n vijf jaar geleden toonden sommige mensen zich tegen de kandidaatstelling vanwege het organiserend onvermogen van Friese bobo’s. Het programma voor dit jaar mag er zijn, kennelijk hebben verschillende mensen uiteenlopende beelden bij het begrip organiseren.

Wie nu op het Wilhelminaplein het Fries museum ziet staan kan zich nauwelijks voorstellen dat het ooit hoogst omstreden was. Destijds kon menigeen zich geen beeld van het eindresultaat vormen, de voorgelegde plannen leken overigens ook nergens op en deden de huidige situatie verre van vermoeden. Aan die (bestuurlijke) gang van zaken moet ik denken bij het project LF2018. Het begin leek werkelijk helemaal nergens op, het resultaat mag er vooralsnog zijn. Daarvoor zijn mensen in de weer geweest, mag je die al activiteiten tezamen organiseren noemen? Wie kennis heeft van het boek The Social Psychology of Organizing zal het geheel wel willen kwalificeren als organiseren. De auteur van dat boek schreef nadien het boek Managing the Unexpected en ter gelegenheid van het verschijnen van de eerste editie verscheen in het Amerikaanse tijdschrift voor organisatie en management HBR een interview met de schrijver Karl Weick http://hbr.org/2003/04/sense-and-reliability . Een paar jaar geleden verscheen de derde editie, het boek mag inmiddels gerust een managementklassieker worden genoemd. Thema van het boek is wat “gewone” organisaties kunnen leren van organisaties waar een hoge mate van betrouwbaarheid gerealiseerd moet worden zoals op een vliegdekschip. Voor de organisatie van LF2018 verplichte kost, er gaan ongetwijfeld onverwachte dingen gebeuren die adequaat afgehandeld moeten worden.

Door de bocht

Nog een week en dan is het project Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa 2018 officieel van start gegaan. Wat hebben we Europa eigenlijk te bieden? Er gebeurt van alles onder het mom van Iepen Mienskip (Open Gemeenschap), maar kunnen andere Europeanen daar iets mee? Omdat het een beetje sneu is om niks te bieden te hebben ben ik even op zoek gegaan naar een acceptabel verhaal. Kort de bocht heet het Theorie U. Niet veel mensen zullen er van gehoord hebben, het is een verandermodel. Voorstanders van het eerste uur van LF2018 zien het project graag als een voer- of vaartuig voor vriendelijke verandering, maar gaat dat ook realiteit worden? Succes op voorhand niet gegarandeerd, het zou zomaar kunnen.

Theorie U ( http://en.wikipedia.org/wiki/Theory_U ) begint links bovenin de U met Open Mind, gevolgd door Open Heart en Open Will. Onderin de U gebeurt het als het goed gaat allemaal, daar komen de mensen tot inzicht dat het anders kan. Met een beetje geluk smaken al die culturele activiteiten naar meer en willen mensen daadwerkelijk ook meer. Tegen die tijd moeten er politici door de bocht om middelen beschikbaar te stellen voor een vervolg.

Theorie U past heel goed bij Friesland gelet op de achtergrond van de geestelijke vader van deze methode en auteur van het gelijknamige boek. Via het linkje onder referentie 16 van het bovengenoemde artikel uit Wikipedia valt de introductie van dat boek te raadplegen. Theorie U gaat niet uit van leren van het verleden, maar van leren van de toekomst zoals die zich ontvouwt. Hopelijk beginnen volgende week veel inwoners van Friesland op gepaste snelheid aan hun tocht door de bocht. In de loop van het jaar komen we vanzelf tot de ontdekking of het beoogde doel met het project wordt gerealiseerd. Als het antwoord bevestigend is dan kunnen we tegen de rest van Europa zeggen: Kijk, bij ons werkt Theorie U en kijk er zelf ook eens met een open instelling naar! Misschien wat kort door de bocht, voor al die subsidiecenten mag je mensen wel iets bieden hebben waar ze wat aan kunnen hebben.

Van hardware naar software

Wegens gebrek aan middelen verlegt het nieuwe College van B&W van Leeuwarden de koers van hardware naar software. Dat belooft wat. Het zal duidelijk zijn dat als de middelen er wel waren geweest de koers niet verlegd zou worden. Besturen op basis van hardware is nu eenmaal een stuk gemakkelijker dan op basis van software. Harde infrastructuur kun je extern inkopen, daar hoef je inhoudelijk niet echt verstand van te hebben. Iedereen die computers kan programmeren weet dat software (ontwikkelen) het moeilijkste deel van ICT is. Het is derhalve de vraag of de geuite ambities gerechtvaardigd zijn gelet op het beroerde trackrecord in het sociale domein.

Onlangs een ronkende tekst in de Leeuwarder Courant over de aanleg van een sloepenroute nu een aquaduct bij het Drachtsterplein de brug over het van Harinxmakanaal vervangt en er ruimte is om het riviertje de Potmarge te verbinden met dat kanaal. Afgelopen zomer eens gekeken waar dat riviertje nu precies loopt. Op de karakteristieke brug van de doorgaande weg van dorp Huizum in noordelijke richting gekeken: slechts ruimte voor een … kano. Vooropgesteld dat de kanovaarder voor de vernauwing snelheid heeft gemaakt want de Potmarge is daar geen peddellengte breed. Nu de doorsteek bij buurtschap Schilkampen is gerealiseerd kan iedereen beter dan in het verleden de spoorbrug Leeuwarden – Groningen zien liggen en zelf constateren dat daar niet veel boten onderdoor kunnen. Volgens de plattegrond van Leeuwarden is er straks een prachtige vaarroute te bevaren, alleen voor kano’s.

Een kaart van een gebied is niet het gebied zelf, het is een model. Een model is een abstractie van de werkelijkheid waar ten behoeve van een bepaald doel tal van details zijn weggelaten. Een kaart is bedoeld om te navigeren om van A via (vaar)wegen in B te komen. Ambtenaren van de gemeente Leeuwarden gebruiken kaarten om beleid te ontwikkelen. Ze werpen vanachter hun bureau op het gemeentehuis een blik op de kaart en denken te weten wat vervolgens kan. Dat is hun mentale model van beleidsontwikkeling. In het geval van de sloepenroute blijven de gevolgen van dat gemankeerde model beperkt, niemand zal in de toekomst de bootjes missen die er nu ook al niet varen. Hooguit zonde van de centen, maar die zijn nu op.

Het gedoe met de festivals in recreatiegebied de Groene Ster blijft daarentegen niet onopgemerkt, aan de basis ligt hetzelfde mentale model. Ambtenaren werpen een blik op de plattegrond en denken te weten wat daar zoal gebeurt en derhalve kan. Helaas heeft de bestuursrechter moeten vaststellen dat die manier van werken niet deugt. Was Leeuwarden een lerende organisatie geweest dan zou er allang een verbeterslag hebben plaatsgevonden, helaas valt er weinig vooruitgang te bespeuren. Wil het nieuwe college daadwerkelijk de koers van hardware naar software verleggen dan zijn de festivals van dit jaar een aardige testcase.