Leren leren

Bedrijven adverteren zich suf om hun doelgroep te bereiken, overheden en onderwijsinstellingen denken altijd dat een enkel berichtje volstaat. Begin oktober werd er een hele pagina in de lokale Huis aan Huis-uitgave besteed aan de omgevingsvisie die Leeuwarden net als elke andere gemeente moet opstellen ( http://www.leeuwarden.nl/omgevingswet ). Er werden drie data voor dialoogsessies aangekondigd, de laatste een maand na publicatiedatum. Ik heb de betreffende krant achteruit gehouden om te zien of er ook tussentijds aandacht zou worden besteed aan die sessies. Neen. Wie die Huis aan Huis nooit heeft gekregen of gelezen zal onwetend zijn geweest van die praatavonden. Meestal gaat bij mij, net als bij vele anderen, het lokale sufferdje na lezing bij het oud papier. Bij wijze van experiment de eerste sessie laten lopen om te zien hoeveel publiek de andere bijeenkomsten zouden trekken. Merk op dat het de intentie van de gemeente was om in gesprek te komen met doorsnee inwoners. Waren die er? Een paar. Naast de genodigde sprekers veelal belanghebbenden bij het onderwerp van gesprek. Bij de sessie over economie en werkgelegenheid een paar agrarische ondernemers, een bekende vertegenwoordiger van de lokale horeca, de binnenstadsmanager alsmede mijn voorganger in de gemeenteraad met de bekende geluiden over een spoorlijn over de Afsluitdijk. De uitstroom van regionaal talent richting de Randstad blijft een punt van zorg, zorg voor een snelle spoorverbinding en mensen kunnen elders werken en hier blijven wonen. Geen woord over nieuwe werkgelegenheid hier. Nou ja, ontwikkel een innovatiecampus. Dat Leeuwarden weinig maakindustrie heeft en nauwelijks mogelijkheden voor productinnovatie heeft mocht niet deren. Bijna alle aanwezigen hadden de startnotitie gelezen.

Bij de derde dialoogsessie over brede welvaart had bijna niemand dat document gelezen en gaf derhalve niemand sociaal wenselijke antwoorden. Zo’n startdocument stuurt het denken in een bepaalde richting en dat moet je in dit stadium helemaal niet willen. Aanwezigen werden elke keer uitgenodigd tien jaar vooruit te kijken. Dat lukt niemand. Bedenk dat onlangs de energiecampus van start ging en dat de Friese faculteit van de Rijksuniversiteit van Groningen officieel in gebruik werd genomen. Kon iemand dat tien jaar geleden bevroeden? O, en we zijn tussentijds ook nog Culturele Hoofdstad van Europa geweest. Viel tien jaar geleden echt niet te voorzien. Kortom, drie onzinnige exercities over zaken die niemand kan voorspellen.

Wellicht dat doorsnee Leeuwarders niet ver vooruit kunnen kijken, misschien zijn er anderen die dat wel kunnen. Onlangs kon ik voor weinig geld de hand leggen op het boek getiteld “The Zero Marginal Cost Society” van Jeremy Rifkin. Die schreef 15 jaar geleden een boek over waterstofeconomie waar we nu pas een begin mee maken. Niet alles in dat boek is onmiddellijk relevant voor Leeuwarden, de inhoud is allesbehalve futuristisch. Gelukkig mag iedereen een omgevingsvisie opstellen en die te zijner tijd als inspraakreactie de gemeenteraad aanbieden. Leeuwarden heeft nu eenmaal wat moeite leerprocessen te organiseren, leren leren valt nog niet mee.

Onvoorziene uitgaven

Festivals in recreatiegebied de Groene Ster blijken een dure grap. Wie had dat in 2013 kunnen voorzien? Vroeg de wethouder feesten en partijen zich ietwat retorisch af. Inclusief ambtelijke inzet kostten de negentien festivals zo’n miljoen euro veelal noodzakelijk vanwege juridische procedures. Meestal krijgt Stichting Groene Ster Duurzaam de schuld, maar dat is onterecht. Ik heb een tabelletje voorbij zien komen met bedragen, de kolommen onder de kop 2013 en 2014 bleken leeg. Waren er in die jaren geen juridische procedures? Samen met iemand anders een bezwaarschrift ingediend tegen de allereerste editie van Welcome to the Village in 2013. Tijdens de hoorzitting bij de geschillencommissie deed de gemeente Leeuwarden toezeggingen op grond waarvan het bezwaarschrift werd ingetrokken. Een jaar later deed de gemeente bij de eerste editie van Psy-Fi deze toezeggingen niet gestand, voor mijn mede-indiener aanleiding om na indiening van een bezwaarschrift een voorlopige voorziening aan te vragen. Na berichtgeving in het Friesch Dagblad kwam de gemeente in actie en werd de kwestie onderhands geschikt. De organisatie van het psychedelische festival kan zich het incident levendig herinneren, het werd prominent genoemd in het schrijven aan de gemeenteraad eind 2015 naar aanleiding van de dramatisch verlopen tweede editie. Ook in 2013 en 2014 waren er juridische procedures maar die hebben de gemeente niet veel geld gekost.

Vanaf de allereerste editie in het recreatiegebied is er structureel iets mis: de gemeente Leeuwarden vertikt het om bezwaarschriften voorafgaand aan een festival te behandelen. Bij Groene Ster Duurzaam weten ze van de Algemene Wet Bestuursrecht meer dan ik, ik houd het noodgedwongen eenvoudig. Een bestuursorgaan overweegt festivals toe te staan in het recreatiegebied. In de verleende vergunning wordt duidelijk welke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Belanghebbenden in de zin van de wet kunnen bezwaar aantekenen, merk op dat tal van inhoudelijk belanghebbenden dat niet kunnen. Als hardloper heb ik alle belang bij een toegankelijk recreatiegebied, maar mag desondanks niet participeren in juridische trajecten. Bij het indienen van een bezwaarschrift geeft de indiener blijk van andere inzichten en onderbouwt dat standpunt met argumenten. Vervolgens beslist het bestuursorgaan op bezwaar en ook dat besluit dient te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het motiveringsbeginsel. Je kunt de hele gang van zaken vanuit een juridisch perspectief bekijken, je kunt een en ander ook als een leerproces zien. Doorgaans wordt beleidsmatig gepoogd een verschil te overbruggen tussen de huidige en een (politiek) wenselijke situatie. Er worden zo nodig beleidsinstrumenten bedacht en ingezet, ze veronderstellen allemaal een causaal verband: als we dit of dat doen dan gebeurt er iets waardoor de gewenste situatie wordt bereikt.

De inzet van een beleidsinstrument is nagenoeg altijd een hypothese die in de praktijk getoetst moet worden op realiteitsgehalte. Niemand kan alles vooruit weten, de wetgever heeft een sjabloon bedacht om een uitwisseling van argumenten tot stand te brengen. De gemeente Leeuwarden heeft nooit kennis willen nemen van andermans inzichten en onderliggende argumentatie. Je zou ook kunnen zeggen: ambtenaren hebben nooit willen leren omdat ze zelf dachten het allemaal te weten. Vanuit een niet-juridisch perspectief bekeken heeft de gemeente de interne leerprocessen niet op orde. De juridische kosten mogen dan niet voorzien zijn, ze waren zonder meer vermijdbaar.

Brede welvaart

Ook zonder de cijfertjes van het Friese sociaal planbureau kun je een beeld vormen van de welvaart in Leeuwarden. Allereerst een paar quasi-definities. Om te voorkomen dat ik een (semi-)overheid vergeet te noemen de volgende oplossing: iedereen in dienst van een dergelijke organisatie noem ik een ambtelijk type. Ik reken de medewerkers van het waterbedrijf ook tot de ambtelijke types, de organisatie levert weliswaar een product (water) maar er is sprake van gedwongen winkelnering. Je kunt nu eenmaal niet zonder water, alleen de hoogte van het verbruik heb je enigszins in de hand. Geen keuze in de leverancier. De lokale afvalverwerker is een vergelijkbaar bedrijf, graadje erger dan het waterbedrijf: je hebt geen enkele invloed op de rekening want het tarief is voor iedereen hetzelfde. De werkgevers van de ambtelijke types hebben gemeenschappelijk dat ze gefinancierd worden uit algemene (belasting)middelen of heffingen. De salarissen van de ambtelijke typen worden geregeld in cao’s die elders worden overeengekomen. Het zal duidelijk zijn dat de gemeente Leeuwarden geen enkele invloed heeft op de hoogte van de inkomens van de ambtelijke types, wel op de hoogte van het vrij besteedbare inkomen middels de lokale belastingen en heffingen.

Een andere grote groep noem ik de dozenschuivers. Dat zijn ondernemers en bedrijven die spullen inkopen voor een bepaald bedrag in de hoop die te kunnen slijten voor een hoger bedrag. Dit is een divers samengesteld publiek, van winkeliers die van alles en nog wat verkopen tot dealers van auto’s ook al schuif je die dingen niet in een doos over de toonbank. Kenmerkend voor deze groep is dat ze met de ingekochte spullen weinig tot niets doen, ze voegen er geen waarde aan toe. Uitzonderingen zijn de ambachtelijke slagers, bakkers, e.d. De verkoopprijs wordt bepaald door vraag en aanbod, de omzet van de dozenschuivers wordt bepaald door wat anderen (vrij) te besteden hebben nadat de ambtelijke types hun inkomen hebben afgeroomd. Aangezien de bulk van de Leeuwarder werkgelegenheid te vinden is bij al die (semi-)overheden en uiteenlopende dozenschuivers valt niet moeilijk in te zien dat het met de groei van welvaart en werkgelegenheid beroerd is gesteld. Leeuwarden ontbeert maakindustrie met groeipotentieel.

Toeristen zijn belangrijk voor de gemeente, zij brengen van buiten geld lokaal in omloop. Hoe meer toeristen, des te meer welvaart. Opmerkelijk dat er weinig wordt gedaan om meer toeristen te trekken. Als ik goed heb opgelet dan heeft Leeuwarden een publieksprijs gewonnen betreffende dagtripjes, de bezoekers roemen de gastvrijheid, historische binnenstad en aanbod van horeca. Of dat voldoende is voor vervolgbezoek waag ik te betwijfelen. We zijn nog even in afwachting van de verschillende bezoekersaantallen, aantal mensen dat de Oldehove heeft beklommen, een praamvaart heeft gemaakt of het museumwinkeltje heeft bezoek e.d. In vergelijking met vorig jaar vallen die beduidend lager uit, ik zou weleens de cijfers van dit jaar vergeleken willen zien met die van de jaren volgend op de uitverkiezing in 2013 van Leeuwarden tot Culturele Hoofdstad van Europa. Vooralsnog gebeurt er veel te weinig en dat komt de brede welvaart niet ten goede.

Toekomstmuziek

De laatste dag van oktober 2019 mag gerust historisch worden genoemd. De aankomst van de allereerste F-35 op vliegbasis Leeuwarden en de opening van de Friese faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. Ter gelegenheid van die opening een dag vol lezingen voor het grote publiek, alwaar ik een medewerker van het eerste uur trof. Iets preciezer, van de voorganger en wegbereider van de Friese campus. Kon ik even mijn geheugen opfrisser: Wanneer begon het allemaal ook alweer? Tien jaar geleden ging de voorganger in de vorm van een netwerkuniversiteit van start met drie medewerkers. Ik heb de workshop Kijken in de toekomst gevolgd. Tweede sheet van de presentatie: de omslag van het startdocument van de Leeuwarder omgevingsvisie. Na afloop even gevraagd: Is de Friese campus ook betrokken bij het opstellen van die visie? Niet echt. Verbazingwekkend, gelet op het feit dat op die historische donderdag de tweede dialoogsessie was over die omgevingsvisie. Afgaand op berichten in de media kreeg de gemeenteraad van Leeuwarden een dag eerder een rapport aangeboden door de lokale rekenkamer over de Andere Overheid. Conclusie: vaag begrip, iedereen verstaat er wat anders onder met als gevolg geen vooruitgang. Die Andere Overheid laat nog wel even op zich wachten.

De tweede dialoogsessie aangaande de te ontwikkelen omgevingsvisie betrof economie en werkgelegenheid. Je verwacht dan eerst een feitenoverzicht, een gemeenschappelijk vertrekpunt voor dialoog. Helaas. Zou je zo’n overzicht zelf kunnen bedenken? In grote lijnen wel. Bedrijven nemen resources in de vorm van menskracht, materialen en machines tot zich en produceren producten en diensten waarvoor mensen willen betalen omdat ze er iets aan hebben. Welvaart en werkgelegenheid hangen af van de mate waarin bedrijven toegevoegde waarde weten te realiseren. Hoeveel maakindustrie hebben we eigenlijk in Leeuwarden? De bulk van de werkgelegenheid zit bij (semi-)overheden als gemeente, provincie, ziekenhuis, zorginstellingen, onderwijs, politie, justitie, boetekantoor, waterbedrijf, waterschap, brandweer en vliegbasis. Ik zal er ongetwijfeld een paar vergeten zijn. Veel bedrijven kopen spullen in voor een bepaald bedrag met de bedoeling om die tegen een hoger bedrag te slijten. Winkeliers in allerlei soorten en maten, actief in het centrum van de stad en in de diverse winkelstraten en centra. Kijk eens op de verschillende bedrijventerreinen: leveranciers van auto’s, keukens, meubels, bouwmaterialen e.t.c. In een groot deel van het Leeuwarder bedrijfsleven wordt amper toegevoegde waarde gerealiseerd. Kortom, het merendeel van de lokale werkgelegenheid zit in sectoren waar als gevolg van economische, demografische en technologische ontwikkelingen krimp eerder aan de orde is dan groei. Veel meningen van aanwezigen, die zich verbaasden over de afwezigheid van het bedrijfsleven, over onbelangrijke dingen. Geen visie op de toekomst van dat kleine beetje maakindustrie.

Die Andere Overheid komt er niet vanzelf, gelukkig kunnen we er een beginnetje mee maken. Minstens zo vaag als Andere Overheid is circulaire economie, toch mooi dat de Friese faculteit van de RUG maar wat graag wil participeren in de ontwikkeling van de Leeuwarder omgevingsvisie. Uiteraard even afgestemd, van voormalige raadsleden mag een voorbeeldfunctie worden verwacht. Als dat geen toekomstmuziek is?

Visionair

Ook Leeuwarden moet een omgevingsvisie maken in het kader van http://www.leeuwarden.nl/omgevingswet . Bij nader inzien geen verkeerde verplichting, Leeuwarder politici hebben namelijk nog nooit een visie op de stad gehad. Dat lijkt heel raar op het eerste gezicht, want op basis van hun verkiezingsprogramma’s gaan we toch naar de stembus? Wie de opkomstcijfers van de afgelopen (vervroegde) verkiezingen bekijkt moet helaas vaststellen dat die programma niet inspireren tot een bezoek aan het stemlokaal. Politieke partijen vissen voor wat betreft hun kandidaten uit een kleine vijver, slechts enkele procenten van de Nederlandse bevolking is lid van een politieke partij. De leden van de verschillende partijen hebben veelal een vergelijkbare achtergrond, namelijk een ambtelijke of onderwijsachtergrond. Veel volksvertegenwoordigers zijn ambtenaren die andere ambtenaren controleren. Mensen uit het bedrijfsleven zijn zwaar ondervertegenwoordigd, zet partijleden aan het schrijven van een programma en een vertekend beeld van de wereld is het resultaat. Er wordt zelden of nooit externe expertise ingeschakeld. Landelijk georganiseerde partijen liften doorgaans mee op de golven van het succes van hun moederpartij, een partij met ondernemers in de achterban hamert steevast op lastenverlichting en regeldruk. Gelukkig hebben we in Leeuwarden ook nog lokale politieke partijen, die hebben mooi voor de inwoners vooral oog voor de centjes. Al met al geen visie op de toekomst van de gemeente te bekennen. De laatste “visie” dateert van een hele tijd geleden, de aanleg van de Haak om Leeuwarden zou de gemeente economisch goed doen. Het project is inmiddels afgerond, geen baan te vinden waarvan je het ontstaan kunt toeschrijven aan die weg.

Voor het ontwikkelen van een visie is het zaak trends te herkennen waarin mogelijkerwijs een patroon valt te ontdekken. Op basis van een patroon zou je een voorspelling over de toekomst kunnen doen. Om te beginnen: Leeuwarder politieke partijen hebben geen visie op de toekomst van de gemeente. Volksvertegenwoordigers hebben doorgaans meer oog voor harde infrastructuur dan zachte. Boude uitspraak? Bijeenkomsten voor raadsleden over cultuur en het wijkproject Big Society gingen niet door wegens een gebrek aan belangstelling. Culturele Hoofdstad 2018 heeft nog altijd geen zicht- en tastbaar vervolg gekregen. Het project kostte uiteindelijk tonnen minder dan begroot, zachte infrastructuur rendeert gelet op het toegenomen aantal toeristen.

Hoe maak je eigenlijk een visie? Een tijdje terug kon ik bij de lokale boekhandel in het kader van een jaarlijkse boekenmarkt voor 1 euro een boekje scoren over scenarioplanning. Bedrijven moeten immers ook visies ontwikkelen, hun gereedschapskist zit vol met instrumenten. Helaas niet allemaal bruikbaar voor overheden. Veel bedrijven zijn bekend met het 5-krachtenmodel van de Amerikaanse hoogleraar concurrentiestrategie Michael Porter. Overheden hebben niks aan dat analyse-instrument, gemeenten concurreren niet op basis van: Kom bij ons wonen want we brengen lagere lasten in rekening! Geruststellende gedachte voor ambtenaren belast met het ontwikkelen van die omgevingsvisie: je hoeft geen visionair te zijn om er eentje te maken. Genoeg hulpmiddelen ter ondersteuning. Leeuwarden verdient een inspirerende visie die mensen in beweging brengt.

Vooruitzien

Volgende editie van Psy-Fi toch weer in recreatiegebied de Groene Ster. Lyrische maar ook verbaasde reacties op de Facebookpagina van de organisatie: er zou toch geen volgende editie in Leeuwarden meer komen? Vaste volgers van het gebied hebben langer ervaring met dit psychedelische feestje, volgens mij hebben ze nu drie keer gedreigd met vertrek en kwam het er nooit van. Het blijkt keer op keer een perfect pressiemiddel te zijn om concessies af te dwingen. Wanneer de producent van het festival de buitenwereld laat weten dat er na de editie van dit jaar elke week constructief overleg is gevoerd dan is duidelijk dat het overleg in het verleden het tegenovergestelde was. Het hippiefeestje is in 2020 na de zomerschoolvakantie, het opbouwen begint dan in de laatste week. Ervaring leert dat het in de Groene Ster druk kan zijn wanneer het stralend mooi strandweer is in de periode voordat de scholen beginnen. Gaat mogelijkerwijs allemaal goed, afhankelijk van het weer natuurlijk. Dit jaar moesten veel scholen met hun introductieweken uitwijken naar elders, dat probleem doet zich volgend jaar weer voor. Geruststellende gedachte voor de omwonenden is wellicht dat het eindtijdstip waarop nog elektronisch versterkt geluid gemaakt mag worden ongewijzigd blijft: ook in het weekend 12 uur ‘s nachts.

Als ik goed heb opgelet handelt Stichting Groene Ster Duurzaam in ieder geval lopende akkevietjes af, de club is al die tijd gewoon in actieve dienst gebleven ook al zijn de kolonels van de Koninklijke Luchtmacht buiten dienst. Merk op dat nieuwe juridische procedures niet uitgesloten zijn, er zijn geen twee edities van Psy-Fi hetzelfde gebleken. De vergunningverlenende partijen hebben in een vroegtijdig stadium met elkaar om tafel gezeten, geen garantie voor succes: het zijn en blijven stuntelende ambtenaren. De eerste vraag omtrent de festivalcamping heb ik ook al voorbij zien komen, camping De Kleine Wielen had dit jaar onverantwoord onvoldoende capaciteit. De buurgemeente zat ook aan de overlegtafel want daar zal aanvullende kampeercapaciteit gerealiseerd moeten worden. Ruwweg twee mogelijkheden: het aangrenzende park Vijversburg of weilanden ten zuiden van de spoorlijn Leeuwarden – Groningen. Geen idee welke optie in beeld is.

Regeren is vooruitzien, bestemmingsplannen heten straks omgevingsplannen in het kader van een nieuw in te voeren Omgevingswet. Ervaring in de Groene Ster leert dat je maar beter in de frontlinie kunt participeren, voordat je het weet verandert niet alleen de naam maar ook sluipenderwijs de inhoud. Grote vraag is derhalve: in welke mate bepaalt de inhoud van een nog te formuleren omgevingsvisie de inhoud van de omgevingsplannen?

Plannen maken

Bedrijven en overheden hebben gemeen dat ze plannen maken voor de toekomst. Tot zover de overeenkomsten. Bij overheden heet ongeveer alles beleid, het verschil tussen de huidige en een (politiek) wenselijke situatie. De tijdshorizon wil per beleid verschillen, overheden denken niet zozeer in termen van strategie. Overigens hebben de meeste bedrijven geen uitgesproken strategie, je zou kunnen zeggen: de meesten doen maar wat. Alleen grote bedrijven kunnen menskracht vrijspelen voor het bedenken van een strategie die betrekking heeft op een nabije of verre toekomst. Veel midden- en kleinbedrijf gaat liever aan de slag, sommigen zijn van het type: ik begin gewoon en zie wel waar het schip strandt. De meeste bedrijven willen schipbreuk vermijden en doen onderweg hun best wat te leren van ervaringen. In vergelijking met overheden hebben ondernemers veel meer mogelijkheden om te leren, ze kunnen meer uiteenlopende activiteiten ontplooien waarvan ze kunnen leren. Denk daarbij aan meer of minder productpromotie, nieuwe of gewijzigde producten en ga zo maar door. Overheden daarentegen zijn gehandicapt, ze kunnen stimuleren met subsidies en ongewenst gedrag ontmoedigen met sancties. En niet te vergeten: regeltjes bedenken. Beleidsevaluatie is in overheidsland geen favoriete bezigheid, als beleid niet werkt dan verzin je gewoon nieuw beleid. Geen ambtenaar wordt ontslagen voor het bedenken van niet-werkend beleid, er is geen enkele prikkel om wat te leren. Bedrijven kunnen maar beter onderweg wijzer worden anders gaan ze onderuit. Een klassieker in de organisatieliteratuur heeft als thema iets dat op het volgende lijkt: leer plannen maken en maak een plan om te leren. Ambtenaren leren zelden of nooit iets van ervaringen, niet verbazingwekkend  zijn ze slecht in het bedenken van realistische en uitvoerbare plannen.

Leeuwarden moet net als andere gemeenten in Nederland een omgevingsvisie opstellen met plannen voor de toekomst. De gemeente heeft daartoe een startnotitie geschreven met veel mooie ronkende volzinnen die verhullen dat Leeuwarden geen plannen heeft. Een indrukwekkende opsomming van een nieuw Fries museum op een vernieuwd Wilhelminaplein tot de Friese campus van de Rijksuniversiteit van Groningen. Al die fraaie hoogtepunten hebben gemeen dat Leeuwarden ze niet bedacht heeft. Door het nalatenschap van Abe Bonnema kwam dat museum in beeld, watertechnologie en de energiecampus zijn particuliere initiatieven, de zuivelcampus een defensieve move van de provincie om concentratie in Lelystad te voorkomen. Leeuwarden stelde zich op verzoek van de provincie kandidaat voor Culturele Hoofdstad, de Friese campus van de RUG is een initiatief van een drietal van oorsprong Friese hoogleraren, destijds rector magnificus van een universiteit.

Gelukkig mogen inwoners van deze gemeente meedenken over die omgevingsvisie ook al is volslagen onduidelijk hoe een en ander gaat verlopen. Ik kan mij een inspraakreactie herinneren ten behoeve van een voorontwerpbestemmingsplan voor recreatiegebied de Groene Ster: nooit meer iets van gehoord. In Leeuwarden valt plannen maken nog niet mee.

Scenario’s

Politici hebben nogal eens moeite met het bewandelen van de weg der geleidelijkheid, vandaar dat het niet zelden van het ene uiterste naar het andere gaat. Recentelijk natuurlijk de stikstofproblematiek, maar ook de aardgaswinning in Groningen. Daar gaan ze versneld over op waterstof, de Europese Unie heeft 90 miljoen euro subsidiegeld beschikbaar gesteld voor diverse projecten in Noord-Nederland. Dat laatste viel onlangs te lezen in de Leeuwarder Courant, of er ook geld beschikbaar komt voor initiatieven in Friesland vermeldde het stukje niet. Mogelijkerwijs heeft de provincie nagelaten suggesties aan te dragen, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat de Amerikaan Jeremy Rifkin vijftien jaar geleden een boek schreef getiteld De waterstofeconomie. Opmerkelijk derhalve dat het startdocument voor een Leeuwarder omgevingsvisie amper rept over waterstof. Kennelijk stonden de opstellers van dat stuk geen scenario’s voor ogen waarin dat gas een rol kan spelen ook al is er tenminste een Leeuwarder bedrijf op dit terrein actief.

Wellicht hebben de ambtenaren van de gemeente Leeuwarden nog nooit gehoord van scenarioplanning. Dat zou pas echt van wereldvreemdheid getuigen, een lokale hogeschool heeft een expertisecentrum voor scenarioplanning ten behoeve van toerisme. Daarmee is nog niet gezegd dat je dan ook kunt weten hoe je scenario’s moet opstellen, geen idee hoe ze dat bij die hogeschool aanpakken. Een tijdje terug was er in hartje Leeuwarden een boekenmarkt, de lokale boekhandel wilde ook wat doen: tal van boeken voor een euro per stuk. Een paar kunnen scoren waaronder een boek over scenarioplanning, gekocht vanwege het rumoer over het aanbod van Shell om scenario’s te ontwikkelen voor een Groningse energietransitie op basis van waterstof. Ik begrijp de onderliggende emoties ten aanzien van dit aanbod, de inhoud van de scenario’s zou doorslaggevend moeten zijn ongeacht de opstellers. Ik heb het boekje nog niet gelezen, met het oog op de te ontwikkelen omgevingsvisie kom ik er zeker op terug.

Waterstofeconomie is net als zorgeconomie een verwarrende uitdrukking. Ik denk bij economie aan bedrijven die producten en diensten leveren waarvoor mensen willen betalen omdat ze er iets aan hebben. Het veronderstelt vrijwilligheid bij de afnemers, zorgeconomie is dan een contradictio in terminis: niemand wordt vrijwillig ziek om maar zorg te kunnen afnemen. Een bedrijf krijgt pas geld binnen wanneer er betalende klanten zijn, bij de zorg draaien de belastingbetalers voor de kosten op: er is zelden of nooit een prikkel voor kostenbesparing. Ook Leeuwarden speelt met het idee van een zorgeconomie, de zorgsector is een grote werkgever. M.a.w. zorgsector groter dan meer werkgelegenheid. Een dergelijke werkgelegenheidsgroei zou je niet moeten willen. Bij een waterstofeconomie zou het op korte termijn in Friesland moeten gaan om bedrijven die spullen maken om die transitie te realiseren. Vooralsnog geen idee hoe dat zou moeten, gelukkig is er wat tijd voor het opstellen van verschillende scenario’s.

Ambities

Heeft de gemeente Leeuwarden eigenlijk wel ambities voor de komende tien jaar? Lees voor de aardigheid het startdocument ten behoeve van een nieuwe omgevingsvisie op http://www.leeuwarden.nl/omgevingswet . Bedoeld om lezers aan het denken te zetten. Dat is in mijn geval wel aardig gelukt, geen idee of het een beschrijving van de huidige situatie betreft of een wenselijke. Het zou ook een mix kunnen zijn maar dat snap ik niet waar de ene overgaat in een andere. Onder het kopje economie en werkgelegenheid een opsomming van allerlei verworvenheden zoals de Friese campus van de Rijksuniversiteit Groningen. Allemaal zaken die de afgelopen tien, vijftien jaar tot stand zijn gebracht, niet zelden langs moeizame weg. Opmerkelijk dat de opstellers van het document zich kennelijk niet kunnen voorstellen dat er de komende tien jaar wat kan (gaan) ontstaan, er wordt in ieder geval niks gemeld.

In mijn korte tijd als raadslid deden zich drie opmerkelijke gebeurtenissen voor, de besluitvorming rond een nieuw Fries museum op een vernieuwd Wilhelminaplein, de opkomst van watertechnologie en serious gaming. De eerste twee hebben het gered, serious gaming heeft de verwachtingen niet kunnen waarmaken. Voor zover ik weet zijn er in Leeuwarden slechts een handjevol bedrijven op dit terrein actief. Het bedrijf van het eerste uur Grendel Games bestaat nog steeds, in het Weekend van de Wetenschap kon je er een kijkje nemen. Afgaand op de belangstelling vinden kinderen dergelijke computerspelen fantastisch, helaas valt er in die branche amper een boterham te verdienen. Probleem: het vinden van werkende verdienmodellen. Je kon bij het bedrijf een kijkje nemen omdat het (Europese) subsidie ontvangt en dat brengt publieke verplichtingen met zich mee. Het is gebleken een moeilijke branche te zijn qua doorgroeimogelijkheden. Lang niet elke technologische ontwikkeling wordt een succes.

Een tijdje terug kon je ook een kijkje nemen op de energiecampus met het hoofdkwartier bovenop een vuilnisstortplaats. Er zijn plannen voor een proef met een accu op basis van water om met onbenutte stroom waterstof te produceren en die lokaal te bewaren. In principe werkt die accu, maar we hebben in de watersector vaker gezien dat een leuk idee niet automatisch een commercieel succes wordt. In Leeuwarden gebeurt op het gebied van waterstof meer, het bedrijf http://tieluk.nl maakt installaties waarbij waterstof wordt gemengd met aardgas. Desondanks weinig woorden in het startdocument over een waterstofeconomie. Ook al weer even geleden was er in Groningen enige opwinding over het aanbod van Koninklijke Shell om scenario’s op te stellen aangaande een overstap op waterstofgas. Het bedrijf heeft een lange traditie in scenarioplanning, toch diende er een onafhankelijk bureau ingeschakeld te worden. Er zou eens sprake van eigen gewin kunnen zijn. Het moet gaan om de inhoud van de scenario’s, ongeacht wie ze heeft opgesteld.

In Leeuwarden ten aanzien van die te formuleren omgevingsvisie geen woord over scenario’s betreffende waterstof in het kader van de energietransitie. Of de ambtenaren zijn wereldvreemd, of het ambitieniveau ligt (veel) te laag: in beide gevallen is de situatie zorgelijk te noemen.

Omgevingsbewust

Leren van de Groene Ster? Het is toch een recreatiegebied? Toch kun je er veel leren wanneer je de achtergrondverhalen kent. Neem nu het molentje op de voormalige trimbaan, op de Friese molendag in actie te zien. Die trimbaan is grotendeels opgegaan in de huidige golfbaan. Ooit aangelegd in de veronderstelling dat Leeuwarden 200.000 inwoners zou (gaan) tellen. Dat de plannenmakers na de Tweede Wereldoorlog optimistisch waren kun je ze moeilijk verwijten, realistisch bleek het uiteindelijk niet te zijn. Van scenarioplanning hadden ze in die tijd nog nooit gehoord, het fenomeen bestond amper. Leeuwarden moet net als elke andere gemeente in Nederland een omgevingsvisie opstellen in het kader van http://www.leeuwarden.nl/omgevingswet . De eerste bijeenkomst is geweest, die heb ik laten lopen. Geen idee wat die avond heeft opgeleverd, nergens in de media iets over gelezen. Bij het maken van plannen is de planhorizon belangrijk, is die heel ver in de toekomst zoals bij de toenmalige trimbaan dan sla je de plank snel mis. De planhorizon van de omgevingswet is tien jaar. Nou, dat moet te doen zijn: bedenken wat tussen nu en tien jaar zou kunnen gebeuren.

De gebruikers van recreatiegebied de Groene Ster doen er verstandig aan kennis te nemen van deze nieuwe wet, zeker in het kader van de festivals aldaar. Veel gedoe rondom die evenementen, volgens de wethouder feesten en partijen een gevolg van een strijd om de openbare ruimte: http://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/drie-zomerse-muziekfestivals-in-leeuwarden-en-altijd-geven-ze-herrie-in-de-tent~b6a434dd/ . Het recreatiegebied zou lange tijd een no-goarea zijn geweest en tegelijkertijd zijn (her)ontdekt door dagrecreanten en festivalorganisaties. Helaas ging de wethouder voorbij aan het feit dat de gemeente Leeuwarden heeft gefaald als hoeder van het algemeen belang: de festivals mochten in het verleden te veel ten opzichte van de andere belanghebbenden. De organisaties proberen met een creatief concept op basis van het produceren van geluid bezoekers te trekken naar een recreatiegebied met een hoge natuurwaarde. Drie belangrijke aspecten waar je kennis van zaken moet hebben: geluid waar anderen last van (kunnen) hebben, natuur en de wijze waarop het gebied wordt gebruikt. Ontbeer je als overheid kennis van zaken dan is een vergunning waarin de belangenafweging tot uitdrukking komt snel aanvechtbaar. Omdat Leeuwarden nog nooit een bezwaarschrift voorafgaand aan een festival heeft willen behandelen zijn voorlopige voorzieningen onafwendbaar. Die rechtszaken kun je moeilijk Stichting Groene Ster Duurzaam verwijten, de gemeente heeft ze zelf willens en wetens uitgelokt.

Wat kun je leren van recreatiegebied de Groene Ster? Dat je maar beter omgevingsbewust kunt zijn want anders komt er van fraaie plannen niks terecht. Ooit riep ik eens in een filmpje naar aanleiding van de meest recente herinrichting: Je krijgt in het recreatiegebied de Groene Ster niets voor elkaar wanneer je niet tamelijk precies weet wat er wel en niet gebeurt. Leeuwarden moet een omgevingsvisie opstellen, vooralsnog wijst alles op een wettelijk moetje. Ik heb nog niet kunnen ontdekken hoe inwoners daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Je kunt vanachter een bureau op het gemeentehuis van alles (willen) bedenken, zonder input vanuit het veld kom je nergens.