Oliedom

In de schaduw van een boom in de Groene Ster een boek lezen, het is er dit jaar nog niet van gekomen. Aan boeken geen gebrek, het blijft vooralsnog een verrassing of zich een geschikte gelegenheid aandient. Meestal leen ik in de zomermaanden bij de openbare bieb een dik boek over geschiedenis, dit jaar Parijs 1919 over de vredesbesprekingen na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Toen werd met potlood en liniaal de wereld onder de overwinnaars verdeeld met allerlei ellende van vandaag tot gevolg. Wie de wereld van nu wil snappen moet het verleden kennen. Ook heel leerzaam is De evolutie van alles, verplichte kost voor beleidsmakers en politici die overwegend denken in blauwdrukken om van bovenaf te kunnen sturen. Rode draad in het genoemde boek: alles in deze wereld ontstaat van onderop. Het aanbod bij de lokale boekhandel laat te wensen over, desondanks kon ik een aardig boek over de risico’s van kunstmatige intelligentie scoren. Met name de angst voor systemen die slimmer zouden kunnen blijken te zijn dan mensen, ze zouden zomaar in de toekomst kunnen ontstaan. In dit verband wel aardig om op te merken, zo ongeveer elk systeem met enige kunstmatige intelligentie is slimmer dan de oliedomme ambtenaren van de gemeente Leeuwarden. Die vergeten keer op keer de dagrecreanten in de Groene Ster te tellen.

Is dat belangrijk dan? Een onderdeel van het vakgebied kunstmatige intelligentie staat bekend als Machine Leren (ML), waarbij met inzet van een handjevol algoritmen gepoogd wordt in een bak met gegevens een patroon te vinden. Kun je een patroon vinden dan kun je wellicht een voorspelling over de toekomst doen. Kun je in het gebruik van het recreatiegebied een patroon ontdekken dan kun je festivals plannen die de minste overlast voor reguliere gebruikers opleveren. Omdat niemand de dagrecreanten turft kan ook ik mijn waarnemingen niet cijfermatig onderbouwen. Een festival midden in de zomerschoolvakantie, wel of geen goed idee? Het blijkt probleemloos te kunnen, vorig jaar ging het vanwege een hittegolf net goed. Het feestje van Sjoerd Bootsma was amper afgelopen toen er een hittegolf ontstond, dagrecreanten namen bezit van de grote ligweide terwijl de festivalspullen nog opgeruimd moesten worden. Een uitzondering, Hollands zomerweer (zon afgewisseld met wolken en af en toe een bui) is statistisch de dominante verschijningsvorm. Met dat weer is het in het recreatiegebied rustig. Maar die arme kindertjes uit achterstandswijken dan? Die zijn er niet want overwegend in het land van herkomst van hun ouders. Opmerkelijk hoe de discussie over festivals in de Groene Ster wordt gedomineerd door beelden van mensen die achterhaald zijn. Kinderen in het welvarende deel van de Vrijheidswijk kunnen voor huis zwemmen, kinderen uit de rest van de wijk kunnen terecht op een strandje gelegen tussen Snakkerburen en de weg van Leeuwarden naar Lekkum. Bij stralend strandweer kan het daar gezellig druk zijn.

Problematisch in de Groene Ster zijn festivals aan de randen van de zomerschoolvakantie. Topdrukte in het recreatiegebied wanneer het allereerst stralend strandweer is en de mensen niet op vakantie zijn, en er geen festival is. Midden in de zomerschoolvakantie geen stralend strandweer? Dan geen topdrukte en veroorzaakt een festival weinig overlast. Toch jammer dat die oliedomme ambtenaren beleidsmatig nog niet tot tien kunnen tellen.

Groene Ster potpourri

Nieuw bestemmingsplan recreatiegebied steeds onwaarschijnlijker, gemeente vergeet dagrecreanten te tellen. Eerlijk gezegd was ik stomverbaasd toen ik na een fietstocht in de omgeving tot slot in de Groene Ster arriveerde: wel politie geen turvende ambtenaren. Tijdens een van die warme dagen na een rondje Leeuwarden, Warga, Wartena, Garijp, Bergum, Suawoude bij het recreatiegebied aangekomen: verdekt geparkeerde politiebus want vanwege de warmte in de schaduw van de bomen. Geen agenten te bekennen. Bij de kiosk twee agenten op een mountainbike, even gevraagd of zij iets met die bus van doen hadden. Ja, daarin hadden ze de fietsen vervoerd. Van het politiebureau naar de Groene Ster fietsen is natuurlijk te veel gevraagd. Ze waren even een kijkje komen nemen vanwege de drukte. Voor een stralende stranddag was het niet drukker dan andere jaren, maar doorgaans zien we geen toezichthouders in het gebied. Ik miste daarentegen turvende ambtenaren die in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging weleens zouden willen weten hoeveel dagrecreanten op een mooie dag een bezoek aan het gebied brengen. Overigens een hele uitdaging om een geschikte meetmethode te vinden, bij de naturisten maakt iemand op gezette tijden een rondje om de aanwezigen te tellen. Groot probleem is daarbij het verloop in de tijd, mensen komen en gaan.

Een van de opgaven ten behoeve van een milieueffectrapport nodig voor een bestemmingsplanwijziging is het nagaan van de beschikbaarheid van parkeerplaatsen voor dagrecreanten tijdens een festival. Met die wetenschap in het achterhoofd benut je als gemeente natuurlijk de stralende stranddagen om dat in beeld te brengen wanneer er GEEN festivals zijn. Anders krijg je geen zuiver beeld. Maar ja, dit is Leeuwarden. Wel ambities tonen en niet te veel moeite willen doen om ze te realiseren. Merk op dat voor een wijziging van een bestemmingsplan er verschillende belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden, culturele en economische belangen aan de ene kant en natuur- en recreatiebelangen aan de andere kant. Aan de negatieve kant van de balans is tot op heden nog niks methodologisch correct uitgevoerd. Over de veronderstelde culturele en economische baten is evenmin iets bekend. De Raad van State toetst niet zozeer inhoudelijk maar procedureel, tegenstanders van een bestemmingsplanwijziging kunnen gerust op vakantie: ik kan mij niet voorstellen dat het hoogste rechtsorgaan zich in deze gang van zaken kan vinden.

We kunnen ons beter richten op het gebrek aan biodiversiteit in het recreatiegebied. Je kunt nog steeds (wilde) bijen aantreffen, daar waar bloeiende bloemen niet gemaaid kunnen worden. Weinig mensen gaan met de hitte van de afgelopen dagen in de volle zon op een bankje zitten, in de Groene Ster zijn die zelden bezochte zitelementen gemakkelijk bereikbaar: alles in de directe nabijheid weggemaaid. Geen bloeiende bloemen, geen insecten. Biodiversiteitsbeleid van niks natuurlijk.

Visieloos

Recreatiegebied de Groene Ster is bedoeld ter ontspanning, ik krijg er een punthoofd van. Opportunisme troef. Opschudding in de Friese politiek over de voorkeursbehandeling van het festival Welcome to the Village: die krijgen de subsidie van 70.000 euro voor dit jaar gewoon uitbetaald ook al wordt er geen festival georganiseerd. Die gaan de virusellende vermoedelijk wel overleven, nog even benieuwd naar de wijze waarop het evenement voor volgend jaar al dan niet wordt verzekerd. Uit het veld had ik al berichten vernomen over de belangstelling van ambtenaren van de gemeente Leeuwarden voor festivals in 2021 in het recreatiegebied, dat leek mij aanvankelijk voorbarig maar het kwartje is gevallen. Waar andere organisatoren van festivals maar moeten zien te overleven, ligt het geesteskind van Sjoerd Bootsma al aan het infuus. Behalve overleven geldt voor de anderen ook nog het ondernemersrisico, evenementen zijn niet (meer) voor de schappelijke premies uit het verleden te verzekeren.

Het hele gedoe in de Groene Ster begon in 2013 na de eerste editie van Welcome to the Village aldaar, niet eerder was een festival voor herhaling vatbaar. Leeuwarden later dat jaar uitverkoren tot Culturele Hoofdstad van Europa 2018, vanaf 2014 elk jaar drie festivals in het recreatiegebied. Weliswaar voorziet het bestemmingsplan niet in dergelijke evenementen, het College van B&W mag jaarlijks maximaal drie keer ontheffing verlenen. Daartoe dienen de organisatoren een omgevingsvergunning aan te vragen, ambtenaren kregen dat proces maar niet in de vingers. Bij het negentiende festival vorig jaar troffen de gemeente en Stichting Groene Ster Duurzaam elkaar voor de zoveelste keer bij de bestuursrechter. Voorgenomen oplossing voor dit probleem: het bestemmingsplan van het recreatiegebied zodanig aanpassen dat voor de bulk van de evenementen alleen maar een evenementenvergunning aangevraagd hoeft te worden. Het bestemmingsplan aanpassen kan toch niet moeilijk zijn?

Aanvankelijk dachten ambtenaren dat een milieueffectrapport niet nodig zou zijn, veiligheidshalve is de onafhankelijke commissie ter beoordeling van dergelijke rapporten om advies gevraagd. Een milieueffectrapport dient aan een niet-kinderachtige waslijst met eisen te voldoen. Complicerende factor: er zijn inmiddels 19 festivals in het gebied georganiseerd. Bij de aanleg van een weg of aquaduct breng je als gemeente eerst de natuur in kaart: de nulmeting. Vervolgens ga je bedenken welke schade die natuur gaat ondervinden bij de aanleg van dat kunstwerk en kom je met compenserende maatregelen. In normale tijden zou een methodologisch verantwoorde nulmeting niet meer mogelijk zijn, door het wegvallen van de festivals had die meting dit jaar wel gekund. Voor zover bekend heeft de gemeente Leeuwarden geen enkele moeite gedaan er eentje te organiseren. Eerder dit jaar kon je goed waarnemen welke schade de festivals de afgelopen jaren hebben aangericht, de natuur herstelt zich zodat je later dit jaar het verschil kunt zien tussen wel en geen festivals. Het virus kan geen excuus zijn voor het niet uitvoeren van een nulmeting, in het recreatiegebied is voldoende ruimte om anderhalve meter afstand te houden tussen de uitvoerders van de waarnemingen.

Op dit moment is niet bekend of de gemeente Leeuwarden nog steeds een nieuw bestemmingsplan nastreeft, door het niet uitvoeren van een nulmeting kan een milieueffectrapport nooit de methodologische toets der kritiek doorstaan. Het gevolg van veel opportunisme en weinig visie.

Neveneffect

Naar Leeuwarden verhuizen vanwege recreatiegebied de Groene Ster? De schilder bij de buren overweegt het serieus. Tijdens een praatje over de heg bleek de inwoner van Harlingen zeer gecharmeerd te zijn van het park. Pardon? Het is toch een natuur- en recreatiegebied? Het gebied wordt wel vaker voor een park aangezien, het is allemaal ook net iets te aangeharkt. Wel veel groen en daar moeten we het mee doen. Groeit al dat groen te hard dan gaan maaimachines dat op grote schaal kortwieken ook al betreft het voedsel voor insecten. De ene dag zie je bloeiende bloemetjes met wilde bijen, de volgende dag een kale vlakte omdat die bloemetjes nabij een zitbank bloeiden. Ik weet niet wie vanuit de gemeente Leeuwarden de regie voert over het gebied, hij of zij maakt er een zooitje van. Voert de gemeente geen beleid aangaande biodiversiteit en insectenherstel? In de Groene Ster staan veel zitbankjes opgesteld maar die worden niet in gelijke mate gebruikt. Recentelijk zag ik rond zelden gebruikte zitelementen al het gras weggemaaid, helaas ook die bloeiende bloemen voor insecten. Kenmerkend voor de gemeente: geen idee wat er zoal in de Groene Ster gebeurt, een blik op de plattegrond maakt duidelijk waar bankjes staan en daar zal worden gemaaid.

Kennelijk niet geleerd van het gedoe rond de vergunningen voor de festivals aldaar, je krijgt in het gebied niks voor elkaar wanneer je niet tamelijk precies weet wat er wel of niet gebeurt. Biodiversiteitsbeleid voer je niet vanachter een bureau op het gemeentehuis. Onlangs een aardig stukje in de Volkskrant over een gezamenlijke studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en De Nederlandsche Bank (DNB): biodiversiteit is veel geld waard. Zie http://www.pbl.nl/publicaties/financiele-sector-en-natuur-een-kruisbestuiving . Iets preciezer: verlies aan biodiversiteit kost veel geld. Wat zou het de gemeente Leeuwarden opleveren wanneer iemand van elders naar hier verhuist vanwege de natuur van de Groene Ster?

Op dit moment is het onduidelijk of de gemeente nog steeds een wijziging van het bestemmingsplan van het natuur- en recreatiegebied nastreeft, ten behoeve van zo’n wijziging moet een milieueffectrapport opgesteld worden. Afgaand op bovengenoemd rapport kunnen sommigen natuurwaarde vertalen naar euro’s, een leuk neveneffect dat we goed kunnen gebruiken. Wat mij betreft mag de Groene Ster wel wat ruiger, aangeharkte parken genoeg in Leeuwarden. Gemeenteambtenaren doen er verstandig aan het thuiswerken te laten voor wat het is, een paar dagen op stap met schaapsherder Sam kan verhelderend werken. Die gaat selectief om met bloeiende bloemetjes voor insecten, op rigoureus maaien rond ongebruikte zitbankjes zitten we niet te wachten.

Evolutie van alles

Viruscrisis goed voor de Leeuwarder Courant, lezers krijgen beduidend dunnere krant voor hetzelfde abonnementsgeld. Desondanks zien journalisten kans de overgebleven pagina’s met dubieuze berichtgeving te vullen. Niet zo fraai staaltje tendentieuze berichtgeving betreft de Vlietzone. Gemeente Leeuwarden mag van de verantwoordelijke minister huurbeleid voeren om de overlast te verminderen. Niet minder dan 40 procent van de woningen in de wijk is in handen van particulieren die er zelf doorgaans niet in wonen want huisjesmelker. Slechts een fractie van de woningvoorraad betreft panden waarbij de eigenaar de woning daadwerkelijk bewoont. Veel huizen kunnen niet meer van kleur verschieten en zodoende een bijdrage leveren aan de problemen van de wijk.

De Vlietzone is overigens een grote wijk door twee doorgaande wegen opgesplitst in vier kwarten. In een kwart van de wijk zijn echte problemen die samenhangen met het gedrag van de bewoners. Driekwart is behoudens wat incidenten overwegend vrij van grote problemen. Klassiek geval van micromotieven en macrogedrag, oorspronkelijke bewoners konden verkassen vanwege toegenomen woningaanbod elders in de stad en het ontbreken van studentenhuisvestingsbeleid. Elke oorspronkelijke bewoner nam ieder voor zich het redelijke besluit te verhuizen (de micromotieven), de woning kon al dan niet via een huisjesmelker gesleten worden aan een student als bewoner. Het macrogedrag: een verloederde wijk. Pavlovreactie van gemeentewege: kopers van een woning dienen er zelf in te gaan wonen. Klinkt stoer ware het niet dat slechts een fractie van de woningvoorraad nog van kleur kan verschieten.

Nu de openbare bieb weer toegankelijk is kan ik weer een min of meer vaste route daarnaartoe wandelen, voor zover mijn blikveld reikt zijn er de laatste weken aardig wat woningen van eigenaar veranderd. Zouden huisjesmelkers anticiperend op verwachte regelgeving hun slag hebben geslagen? Ieder voor zich zouden ze gedacht kunnen hebben: Als ik nog iets wil in die buurt dan zal het nu moeten gebeuren. Merk op dat ik aan de buitenkant niet kan zien wie de nieuwe eigenaar is van een verkocht pand. De gemeente kan dat daarentegen veel gemakkelijker nagaan, menig bewoner neemt met belangstelling kennis van de feiten. Je moet er niet aan denken dat het voorgenomen Plan van niet-Aanpak contraproductief blijkt te zijn.

Overigens een aardig boek bij de bieb geleend: De Evolutie van alles. Aanbevolen voor iedereen die denkt in blauwdrukken, achter de problemen van de Vlietzone gaat geen ontwerper schuil, de problemen zijn ontstaan als gevolg van een vorm van evolutie. Kenmerkend voor de denkers in blauwdrukken: voor ongewenst macrogedrag formuleren we gewoon ander macrogedrag. Spijtig voor deze mensen is dat de wereld waarin we leven niet zo in elkaar steekt, de auteur van bovengenoemd boek legt het netjes uit. Leerzaam om tijdens de vakantie te lezen, het kan de kwaliteit van de besluitvorming alleen maar ten goede komen.

Evolueren

Biodiversiteit Europese landbouw bedroevend. Het soort berichten in de media waar je onmogelijk vrolijk van kunt worden. Dat bepaalde activiteiten tijdens deze viruscrisis lastig uitvoerbaar zijn begrijpt iedereen, nadenken over de toekomst kan natuurlijk altijd. Ten zuiden van recreatiegebied de Groene Ster ligt een leuk stukje Friesland dat voor verbetering vatbaar is, iedereen kan met de ogen dicht zien dat het belabberd is gesteld met de biodiversiteit: allemaal lege, levenloze weilanden met gemillimeterd gras. Gelegen tussen twee Natura 2000-gebieden valt daar wel wat mooiers van te maken. Maar welke ingrepen zijn effectief? Een beetje wetenschappelijk verantwoorde werkwijze valt te waarderen, het gaat in geval van subsidies om publiek geld. Een nulpunt om veranderingen te kunnen waarnemen is dan een vereiste. Vertrekpunt is minder koeien maar niet noodzakelijkerwijs minder melkveehouders. Agrarisch ondernemen mag een fatsoenlijk inkomen opleveren, minder koeien mag niet ten koste gaan van het inkomen van de melkveehouder. Het kan zijn dat de economische wetmatigheid minder aanbod, hogere prijzen van kracht is. Ik ben er niet helemaal gerust op, een en ander is sterk afhankelijk van wat anderen in de keten afromen. Intrigerende vraag in deze is: kun je een deel van de melk tot zuivelproducten verwerken en die lokaal afzetten met minder schakels in de keten?

Het aardige van het gebied tussen de Groene Ster en Suawoude is dat er een biologische melkveehouder actief is wiens melk in Heerenveen wordt verwerkt tot biologische kaas. Diens kostenstructuur kan vergeleken worden met die van andere melkveehouders. Onder welke omstandigheden kunnen traditioneel werkende melkveehouders de stap naar biologisch maken? Vanwege die kaalgeschoren weilanden is het geen prettig fietsgebied, fietspaden door gevarieerde graslanden zou een verrijking zijn. Zelf maak ik weleens gebruik van het fietspontje bij Suawoude, dat andere Natura 2000-gebied ligt dan op redelijke afstand. Op een gewone fiets welteverstaan. Stel dat de weilanden minder koeien gaan bevatten, maar meer fietspaden en natuurlijk houtwallen voor de biodiversiteit. Zo’n fietspontje kan dan als meetpunt fungeren, meer fietsers meer overzettingen. Vrijwilligers runnen aldaar een koffietent, zou je daar ook streekgebonden zuivelproducten kunnen slijten?

Het zuidwestelijk deel van het gebied wordt begrensd door water, daar valt echt iets moois van te maken. Bij het aquaduct bij Bergum is een fantastisch stuk natuur gerealiseerd ter compensatie van de natuur die verloren is gegaan bij de aanleg van de Centrale As. Leuk fietsrondje: Leeuwarden, Suawoude en met het pontje het water over. Aan de andere kant van het water richting Bergum en dan maar hopen dat je daar van die storingsgevoelige brug gebruik kunt maken. Het bedoelde stukje natuur ligt aan de westelijke kant aan de voet van die brug.

Het einddoel is helder: minder melkvee met behoud van inkomen voor de melkveehouder, meer biodiversiteit.Van geen enkele maatregel valt met zekerheid het effect te voorspellen, al doende zul je moeten ontdekken wat wel of niet werkt. Het liefst wetenschappelijk verantwoord zodat een en ander reproduceerbaar is naar andere delen van Friesland. Voor veel bestuurders en beleidsmakers die denken in blauwdrukken een ongemakkelijk gevoel: gewoon beginnen en dan het geheel laten evolueren richting de gewenste eindtoestand.

Voorspellingen

Het regent voorspellingen waaronder eentje over mooi weer deze zomer. Voorspellen blijft lastig vooral wanneer het de toekomst betreft, afwachten derhalve. Uiteraard ook sombere voorspellingen over het economisch klimaat, Friesland wacht een fikse domper vanwege de afhankelijkheid van toerisme en recreatie. Tegenwoordig neem ik geen enkele voorspelling serieus, voorspellers worden zelden of nooit uitgedaagd hun zienswijze te onderbouwen. Welke drijvende krachten maken het meer of minder waarschijnlijk dat een bepaalde toekomst zich gaat ontwikkelen?

Het verband tussen minder werkgelegenheid in deze provincie en de viruscrisis is mij niet helemaal helder. Een tijdje terug zag ik in de media een berichtje voorbij komen over de verkoop van boten: die zat of zit nog steeds in de lift. Sneu voor de watersportsector die afhankelijk is van bootverhuur, viel er eveneens te lezen. Vorig jaar was het voorjaar vijf graden kouder dan normaal, niet verrassend op de website van de regionale omroep een nieuwsitem over de slechte start van het watersportseizoen. Eind juni 2019 de eerste van drie hittegolven, nooit meer iets over een slecht seizoen vernomen. Vergeleken met vorig jaar een flitsende start van het watersportseizoen, met Hemelvaartsdag en beide Pinksterdagen alle beschikbare bootjes verhuurd. Mocht de voorspelling over dat mooie weer uitkomen dan heeft de watersportsector naar verwachting geen reden tot klagen.

Naast de viruscrisis ook nog de stikstofcrisis, verkleining van de veestapel is wenselijk. Provinciale politici steggelen inmiddels over een systeem voor het verhandelen van stikstofrechten. Afgaand op berichten in de media heb ik het als volgt begrepen: stel een melkveehouder gaat minder melkkoeien houden en doet een deel van zijn stikstofrechten in de verkoop. Mogen die rechten dan bij een collega terechtkomen zodat die meer vee kan houden? Dat zou niet moeten kunnen, gelukkig hebben we bestuurders en beleidsmakers die behept zijn met het denken in blauwdrukken. Je formuleert een gewenste situatie en hoopt vervolgens dat mensen zich zo gaan gedragen dat die situatie werkelijkheid wordt. Gebeurt overigens zelden.

Wie bekend is met het fenomeen micromotieven en macrogedrag redeneert als volgt: met welke prikkels kunnen we melkveehouders verleiden een deel van hun veestapel van de hand te doen? Oppervlakkig zou je zeggen: minder koeien, minder melk en derhalve minder inkomsten. Meestal geldt de economische wetmatigheid dat bij gelijkblijvende vraag de prijzen stijgen bij afnemend aanbod, of dit ook voor de zuivelsector geldt weet ik eerlijk gezegd niet. Vooralsnog is het daarom: minder vee minder inkomsten. Wie minder stikstofuitstoot nastreeft zal melkveehouders moeten helpen aanvullende inkomsten te verwerven uit natuurbeheer en recreatie.

Ten zuiden van recreatiegebied de Groene Ster tot aan Suawoude ligt een mooi stukje Friesland om ervaring op te doen. Stedelijke voorzieningen op fietsafstand, zeker voor elektrisch aangedreven fietsen. Terrasje pakken in hartje Leeuwarden, dat kan in ieder geval bij de Waag. Zo te zien gaan niet alle horecagelegenheden het moeilijk krijgen, die met ruimte voor grotere terrassen gaan goede tijden tegemoet. Die voorspelling mag u natuurlijk met een korreltje zout nemen.

Groene ambities

Groene Ster als startpunt voor politieke ambities. Klinkt misschien raar, maar meer dan tien jaar geleden werd de meest recente herinrichting van het recreatiegebied gepresenteerd als een schakel tussen twee Natura 2000-gebieden. De Ecologische Hoofd Structuur (EHS) bestond als beleidsinstrument weliswaar niet meer, volgens de projectleider van het Friese waterschap werd er in de geest van gehandeld. Anno 2020 is de herinrichting nog steeds niet afgerond, drie onderling verbonden plassen zijn nog altijd niet met de rest van het water verbonden. Al die jaren konden daar geen vissen paaien zoals ooit de bedoeling was. Of het gebied inmiddels aan de Europese Kaderrichtlijn Water voldoet is niet bekend. Soms zou je willen dat de Groene Ster zelf de Natura 2000-status heeft, dan dient de beheerder een inspanningsverplichting te leveren ten aanzien van de instandhouding van bepaalde planten en diersoorten. We weten allemaal dat insecten het moeilijk hebben, gelet op hun cruciale rol in het ecosysteem zou je verwachten dat de gemeente Leeuwarden zich inzet voor deze beestjes. Eventjes een kijkje genomen bij het insectenhotel, te vinden in de buurt van het gemaal waar het water van de Kleine naar de Grote Wielen wordt gepompt. Geen insect te bekennen. Niet echt verrassend, bij bijvoorbeeld wilde bijen komt het allemaal tamelijk precies. Toegegeven, nooit geweten totdat ik die beestjes in de achtertuin als gast mocht verwelkomen. In inmiddels twee eenvoudige insectenhuisjes, voor weinig geld bij een discounter gekocht. Meerdere compartimenten voor uiteenlopende insecten, alleen sommige kamers in de vorm van houten buisjes zijn bezet. Een beetje observeren leert mij dat de diameter van zo’n buisje cruciaal is, een wilde bij moet de opening kunnen dichtmetselen en er zelf inpassen. De twee huisjes bevatten tientallen houten buisjes die van binnen ook nog eens glad moeten zijn, slechts een fractie wordt benut. Elk jaar blijk je die kraamkamers te moeten schoonmaken, eenmaal gebruikt worden ze geen tweede keer als vanzelf gebruikt.

Terug naar het riante insectenhotel in de Groene Ster, opgesteld conform de richtlijnen: in de luwte en de opening op het zuiden. Gelet op mijn eigen ervaringen met die kieskeurige wilde bijen kan ik mij niet voorstellen dat het gemeentelijke insectenhotel voor veel nageslacht heeft gezorgd. Net als die afgesloten waterpartijen voor paaiende vissen: symboolpolitiek. Wie echt ecologische winst wil boeken zal meer oog voor details moeten hebben.

Recreatiegebied de Groene Ster is groener dan ooit, maar kent helaas weinig leven. Een geschikte verklaring zou kunnen zijn dat er weinig wisselwerking is met de omgeving in de gedaante van lege weilanden met gemillimeterd gras. Weliswaar valt het gebied ten zuiden van de Groene Ster tot aan Suawoude onder de buurgemeente, toch zou Leeuwarden het initiatief kunnen nemen om twee Natura 2000-gebieden met elkaar te verbinden. Als burgemeester Buma geen subsidiepotjes weet aan te boren dan weet ik niet wie in Friesland dat wel kan. Groene ambities lonen, tijdens de opgelegde ophokplicht vanwege de viruscrisis kon menig inwoner van Leeuwarden in het recreatiegebied een frisse neus halen en een versnapering bij de kiosk scoren. Inspanningen bij de buurgemeente komen ook Leeuwarders via een omweg ten goede.

Herstelplan

Groene Ster heeft zich bewezen tijdens viruscrisis, tijd voor (eer)herstel. Geen festivals dit jaar en even geen gedoe over het bestemmingsplan (status voortgang onbekend). Tijd om zelf eens van het recreatiegebied te genieten, voor zover dat mogelijk is. Eerst het goede nieuws: kale plekken groeien (weer) helemaal dicht. Waar psychedelische feestneuzen afgelopen jaren nog in de bosjes konden bivakkeren kan dat niet meer. De zoete wraak van Moeder Natuur. Helende sessies in de struiken? Pleisters plakken is eerder aan de orde. Elke hardloopronde ziet het gebied er anders uit, toch mis ik het nodige. Afgelopen jaren nooit meer bramenplukkers gezien waar dat lange tijd traditie was; omwonenden met een emmertje in de weer om als eerste de oogst te scoren. Geen idee waarom de bramenstruiken geen vrucht (meer) dragen.

Recentelijk Tweede Kamerlid Harry van der Molen in het nieuws vanwege crisissteun aan ondernemers in de grensregio, als toenmalig wethouder opende hij samen met schoolkinderen een insectenhotel in de Groene Ster. Geen idee of dat bouwsel effectief is. Evalueren ambtenaren dit soort initiatieven eigenlijk wel? Vorig jaar sloot een inmiddels vertrokken wethouder een bijenconvenant, ik weet alleen niet meer met wie. Tezamen met schoolkinderen bloemenzaad strooien in bermen van wegen met aan weerszijden uitgeleefde weilanden. Geen vervolg gekregen, effectiviteit nul. In navolging van andere gemeenten heeft ook Leeuwarden nestkastjes voor koolmezen in het recreatiegebied opgehangen ter bestrijding van de eikenprocessierups. Vooralsnog geen melding voorbij zien komen over de aanwezigheid van de laatste, maar goed dat koolmezen de nestkastjes nog niet ontdekt hebben. Wegens gebrek aan insecten zouden hun jonkies het niet gered hebben.

Van sommige insectensoorten  is bekend dat ze zich voortplanten door eitjes te leggen in ondiep, stilstaand water. Ik kon in de hele Groene Ster nergens een dergelijke voorziening vinden terwijl ze eenvoudig te realiseren zijn. Neem de plek die de gemeente Leeuwarden ooit in gedachten had voor de naturisten, tegenwoordig onderdeel van een van de losloopgebieden voor honden. Met een schep een paar geultjes graven en je hebt zo wat poelen met stilstaand water op een plek waar geen mens daar last van heeft. Toch jammer dat ik niet weet of je dat als burger zelf mag doen, een stukje verderop doen kinderen op de zandstrandjes niet anders.

Je kunt als gemeente vrome woorden prevelen over biodiversiteit en de teloorgang van insecten, in het recreatiegebied gebeurt maar bar weinig. Hier en daar een eenzame fuut in het water waar je ooit ook aalscholvers kon aantreffen, geen broedende ooievaren en zeker geen konijnen. Armoede troef. Helemaal levenloos is het gebied niet, in het oostelijke deel zowaar libellen en dichterbij de stad een handjevol foeragerende wilde bijen. Kortom, in plaats van een herzien bestemmingsplan een herstelplan.

Culturele nulmeting

Viruscrisis goed voor Groene Ster, recreatiegebied kan festivals missen als kiespijn. Mijn moeder van in de negentig kan zich herinneren dat ik er als klein kind al kwam, ik kan mij niet herinneren dat het er ooit zo groen was als nu. Mogelijkerwijs heeft de hevige regenval in februari het gebied goed gedaan, overal schiet het groen de grond uit. Helaas vooralsnog weinig dierenleven, zelfs de kikkers kwaken niet meer. Ten prooi gevallen aan de eetlust van de reigers denk ik dan. Alleen de ganzen hebben kans gezien zich te vermenigvuldigen, voor het overige is het een doods gebied. Niet goed. Of het College van B&W van Leeuwarden nog steeds voornemens is het bestemmingsplan te veranderen is niet bekend, een deugdelijk milieueffectrapport is daartoe een absolute vereiste. Vervolgens moet er ook nog een afweging gemaakt worden van diverse belangen waaronder die van cultuur versus natuur. Wat leveren festivals eigenlijk op?

Niet leuk natuurlijk wanneer er niks te beleven is, de opgelegde stilte is een mooie gelegenheid om een culturele nulmeting te doen. Musea, schouwburgen, poppodia e.d. mochten de afgelopen maanden geen gasten ontvangen, ze hadden natuurlijk wel hun vaste lasten voor gebouwen en personeel in vaste dienst. Denk aan dat lokale natuurmuseum waar de tentoongestelde reptielen verzorgd dienden te worden. Wel vaste kosten maar geen variabele inkomsten van bezoekers, je kunt nu beter dan ooit zicht krijgen op de effecten van een (nieuwe) tentoonstelling of voorstelling. Ik heb begrepen dat stadsschouwburg de Harmonie niet van plan is om voorstellingen te organiseren voor dertig man publiek, dat kost meer dan het aan inkomstem uit kaartverkoop oplevert. Bij die culturele instelling is er een duidelijke ondergrens, aan de andere kant weten we dat voorstellingen nooit helemaal uit kunnen: meer voorstellingen vereisen meer subsidies. De bovengrens aan wat de schouwburg kan organiseren wordt bepaald door wat de gemeente Leeuwarden aan subsidie beschikbaar wenst te stellen. Tussen ondergrens en bovengrens zit vast een mooi optimum, mooie gelegenheid om al doende te ontdekken hoeveel cultuur(bezoek) je als gemeente krijgt voor je subsidiecenten.

Voor festivals geldt een vergelijkbaar verhaal, dit jaar vanwege het virus geen festivals: geen kosten, geen inkomsten en andere maatschappelijke opbrengsten. Voor harde infrastructuur geldt dat je weet wat je kwijt bent aan gebouwen, energie en personeel, bij festivals is dat minder helder. Mensen die anders een boterham zouden kunnen verdienen aan festivals kunnen dat nu niet, die zullen veelal een beroep moeten doen op een regeling. Net als bij harde infrastructuur geldt ook hier dat je als samenleving kosten maakt waarvoor je niks terugkrijgt. Je kunt het als een soort van cultureel nulpunt beschouwen, meer uitgaven voor cultuur leveren meer uiteenlopende maatschappelijke baten op. Vanaf nu kun je voor elk volgend festival bepalen: hoeveel euro’s hebben we uitgegeven ten opzichte van dit nulpunt en wat krijgen we eigenlijk voor terug?

De natuur van recreatiegebied de Groene Ster is niet gebaat bij festivals, wat de maatschappelijke baten van festivals zijn is niet bekend. Dankzij de viruscrisis is er een unieke kans om daar inzicht in te krijgen.