Politieke potpourri

We zijn nog maar net begonnen, de optimistische titel van de bijlage van de lokale Huis aan Huis-uitgave van deze week. Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 was slechts een tussenstop in een groeiproces richting 2028. Prachtige ronkende volzinnen, ik zou willen dat ik ze kon produceren. Volgens het Leeuwarder Ondernemers Fonds (LOF) kan economie niet zonder cultuur en andersom. Die zijn om denk ik dan. Nu nog het College van Gedeputeerde Staten van Friesland in oprichting. Ander nieuwsberichtje dat geen nieuws mag heten want nog nooit anders geweest: economische groei van Friesland blijft achter bij die van de rest van Nederland. Dat zou komen omdat de provincie minder gas aan de bodem onttrekt en vanwege de vergrijzing (de omvang van de beroepsbevolking neemt af). Opmerkelijke verklaring, we hebben nog steeds last van een braindrain. Het gaat economisch nog altijd niet zo goed dat we de uitstroom van veelal hoogopgeleide mensen kunnen stoppen. De krimpende beroepsbevolking zou net zo goed het gevolg kunnen zijn van beperkte economische groei in plaats van de oorzaak.

Het deed mij denken aan het suikerbroodsyndroom van de dienstdoende gedeputeerde voor economische zaken van de afgelopen vier jaar. Er bestaat een statistisch verband tussen bedrijven die innoveren en exporteren. Volgens de betreffende gedeputeerde zouden bedrijven innovatiever worden wanneer ze meer zouden gaan exporteren. In het kader van Culturele Hoofdstad werd een prijsvraag onder het Friese bedrijfsleven uitgeschreven met als prijs een vijftal vouchers voor het organiseren van een inkomende handelsmissie. Geen enkel gewoon bedrijf won de prijs, van de vijf, veelal gesubsidieerde, winnaars organiseerden er twee daadwerkelijk een missie: de Wateralliantie en de Friese exportclub. Of die happenings iets hebben opgeleverd is (nog) niet bekend. Vorig jaar rond deze tijd in Leeuwarden de jaarvergadering van de organisatie achter de wereldhandelscentra. Bezoekers uit alle delen van de wereld, je zou verwachten dat inmiddels bekend is of contacten contracten zijn geworden. Als dat evenement werkelijk helemaal niks heeft opgeleverd dan lijkt mij een verklaring wel op z’n plaats. Van het veronderstelde causale verband tussen exporteren en innoveren is niet veel overgebleven, helaas is er van innoveren ook niet veel terecht gekomen.

Afgelopen vier jaar hebben we een College van GS gehad dat op de handen heeft gezeten om gezamenlijk de rit te kunnen uitzitten, wegens een gebrek aan oppositie kon dat. Gelukkig krijgen we de komende periode een heuse oppositiepartij, Forum voor Democratie. Lichtelijk teleurgesteld dat ze niet mogen meeregeren. Daags na de provinciale statenverkiezingen viel er bij de regionale omroep een ontluisterend interview te zien met de lijsttrekker. Nee, ze sloten niets en niemand op voorhand uit. Zolang het maar niet over een energietransitie ging. De journalist kwam eigenlijk een beetje ongelegen, ze waren zich bij Forum voor Democratie druk aan het inlezen en dat viel niet mee want sommige verkiezingsprogramma’s waren wel vijftig pagina’s dik! Deze partij vond het niet nodig om in de provincie campagne te voeren en dan hoef je ook niet andermans programma te lezen. Niet verrassend is de partij langs de zijlijn verzeild geraakt. Niet getreurd, we kunnen een stevige oppositiepartij goed gebruiken. Er moet maar eens een einde komen aan de politieke potpourri van onsamenhangend beleid.

Advertisements

Spetterende fonteinen

Triester kan het bijna niet, provinciale PvdA stelt schriftelijke vragen naar aanleiding van berichtgeving in de Leeuwarder Courant over de elf fonteinen. Kennelijk verschijnt er pas wat op het radarscherm van statenleden wanneer iets in het LC heeft gestaan. Terwijl er in die krant meer niet dan wel te lezen valt. Meer dan een half jaar geleden zag ik http://www.liwwadders.nl/nu-de-fonteinen-er-zijn-kun-je-er-maar-beter-wat-van-maken/ voorbij komen. De website wordt sinds een paar maanden gearchiveerd door de Koninklijke Bibliotheek, ze willen de content van deze smaakmaker voor de eeuwigheid bewaren. De papieren versie mag ook op de nodige belangstelling rekenen, op sommige uitgiftepunten zie je de stapel aanwezige exemplaren met de dag slinken. Politici onderschatten de impact van dit medium op de stemming van de Leeuwarders, de Leeuwarder Courant wordt door meer mensen niet dan wel gelezen.

Onlangs organiseerde de gemeente Leeuwarden een inloopbijeenkomst over cultuur in de Blokhuispoort. Tot tweemaal toe paginagroot aangekondigd in de lokale Huis aan Huis-uitgave, even wezen polsen naar aard en aantal bezoekers. Arriveerde tegen het einde van de sessie toevallig tegelijkertijd met een journalist van het Friesch Dagblad. Over belangstelling hebben de dienstdoende ambtenaren niet te klagen gehad, enkele tientallen mensen namen de moeite een bezoek te brengen. De sessie was bedoeld om input te verwerven voor een nieuwe cultuurnota, in welke mate deze inbreng zal worden gedeeld met http://LF2028.eu werd mij niet duidelijk. Op tafel lagen grote vellen met gele stickertjes, de inbreng van de bezoekers. Drie vellen met koppen als: Wat ging er vorig jaar NIET goed ?, Wat ging er wel goed ?, en Ik weet iets beters! Het eerst genoemde vel bevatte verreweg de meeste geeltjes. De kwartiermakers van LF2028 doen er verstandig aan contact op te nemen met de betreffende ambtenaren, er valt van de vele fouten ongetwijfeld wat te leren.

Op bestuurlijk gedoe zitten we niet (meer) te wachten, we willen spetterende fonteinen die toeristen trekken.

Netwerkeffect

Veel mensen kopen weleens wat online en afhankelijk van het bestelde is niet zelden de vraag: past het door de brievenbus? Wanneer het niet door de brievenbus past dan is het wel handig wanneer iemand thuis is om het te ontvangen. Bij afwezigheid hanteert de pakketbezorger een protocol: niet thuis dan buren proberen. Buren niet thuis, dan nogmaals op een ander tijdstip aanbieden. Wederom geen afleversucces, dan laten afhalen bij verzamelpunt op vertoon van een geldig legitimatiebewijs. Hebben de buren het bestelde aangenomen, dan briefje met verwijzing door de brievenbus. In vergelijking met de digitale wereld ziet de analoge wereld er best wel verrassend uit. Voor de postbesteller maakt het niet veel uit waar de brievenbus zit. In de voordeur, daarnaast of een buitenbus: als de post maar door de gleuf gaat. De inhoud interesseert de besteller doorgaans ook niet, het is aan de ontvanger om te handelen naar de aard van de inhoud. Rekening of aanmaning? Betalen op straffe van juridische procedures. Techneuten zouden zeggen dat de brievenbus de interface van het pand is. Na een verbouwing de brievenbus vervangen door een buitenbus? De interface is veranderd, maar voor de postbesteller is er niet echt iets veranderd. De inhoud van de post verandert er ook niet door.

De digitale wereld steekt op onderdelen anders in elkaar. Het is de bedoeling dat documenten van het ene computersysteem rechtstreeks in een ander systeem worden geschoten zonder menselijke tussenkomst ook al is het ontvangende systeem in een andere omgeving met een andere programmeertaal ontwikkeld dan de verzender. Bovendien mag iedereen zelf een interface bedenken. Gelukkig zijn er in de digitale wereld geen postbestellers, die zouden in no-time arbeidsongeschikt worden vanwege een gebrek aan orde. Om gek van te worden. Stel een stuk software ontwikkeld in een .NET omgeving van Microsoft moet documenten uitwisselen met software op basis van een Java Virtuele Machine. De partij die zich presenteert als de aanbieder van een dienst publiceert de beschrijving van de interface. De andere partij neemt daar kennis van en moet op basis daarvan gaan communiceren om documenten te kunnen transporteren. Voor liefhebbers van techniek gaat het in hoofdlijnen als volgt. Programmeurs ontwikkelen software met een programmeertaal die voor mensen te lezen is maar waar computers niks mee kunnen. Met behulp van een gespecialiseerd stuk software wordt broncode omgezet naar instructies waar een processor wat mee kan. Bij Web Services wordt met een vergelijkbaar stuk software de interface omgezet naar broncode die nader ingekleurd moet worden.

Je bent de gemeente Leeuwarden en wilt langs elektronische weg het lokale bedrijfsleven voorzien van bestellingen in een afgesproken formaat. Bedrijven kunnen naar eigen inzicht een interface ontwerpen en publiceren. De gemeente zou voor elk bedrijf of elke organisatie een stukje communicatiesoftware moeten genereren. Om gek van te worden. Het mooie van http://peppol.eu is nu dat om te beginnen de interface is gestandaardiseerd. Bovendien kunnen er slechts een handjevol documenten door de digitale brievenbus waarvan catalogi, bestellingen en facturen de belangrijkste zijn. Het goede nieuws voor Leeuwarden is: de gemeente hoeft slechts een aansluiting op dit netwerk te realiseren. Toegegeven, bedrijven die bestellingen willen ontvangen moeten ook een aansluiting tot stand brengen. Voor dit doel geschikte software verwerven is ook wel handig, een overheidscertificaat dat als digitale handtekening dient is verplicht. Met een kleine uitgave een netwerkeffect tot stand brengen en daar zelf het meeste profijt van hebben, welke gemeente zou dat niet willen? De toezichthoudende accountant van Leeuwarden zou het kunnen waarderen.

Lokaal inkopen

Onlangs stelde de plaatselijke VVD schriftelijke vragen aan het College van B&W van Leeuwarden aangaande de instelling van een database van lokale leveranciers. De achterliggende gedachte: een gemeente koopt veel spullen in en zou het niet mooi zijn wanneer dat bij het lokale bedrijfsleven gebeurt. Straks kunnen de gelukkigen bij een bestelling de factuur langs elektronische weg indienen, kan de gemeente het bedrijfsleven ook langs vergelijkbare weg een digitale bestelling sturen? Het inkoopproces van een grotere organisatie kan best wel ingewikkeld zijn. De gemeente Leeuwarden heeft een convenant met andere instellingen gesloten betreffende biodiversiteit en bijen. De gemeente zal ongetwijfeld zakken vol kruidenrijk zaad nodig zijn. De leidinggevende van de afdeling groenbeheer is vrijwel zeker geautoriseerd om bestellingen te plaatsen. Het spul moet vooral niet op het gemeentehuis afgeleverd worden, maar bij de medewerkers te velde. De factuur moet naar de afdeling die over de centen gaat. In verband met de planning van de werkzaamheden ontvangen die veldwerkers graag een bericht van verzending van die zaden. Kan een enkele leverancier alle spullen leveren dan is het redelijk overzichtelijk. Eentje kan niet alles leveren, de gemeente wenst omwille van de tijd geen naleveringen en plaatst bij nog twee anderen ook een bestelling. De hoofdleverancier doet wel vaker zaken met de gemeente en stuurt eens per tijdperiode een totaalfactuur voor meerdere aankopen. Ziedaar de uitdagingen voor een geautomatiseerde oplossing. Het viertal heeft software in gebruik geschreven in uiteenlopende programmeertalen.

Gelukkig bestaat er een documentenstandaard genaamd Universal Business Language (UBL), een ISO-standaard. Het omvat zakelijke documenten voor uiteenlopende gebruiksscenario’s waaronder het hierboven geschetste. Om het tekort in het sociaal domein weg te werken besluit de gemeente Leeuwarden de papieren rompslomp van bestellingen en facturen af te schaffen. Digitalisering is het toverwoord. Er bestaat een docentenstandaard, de volgende uitdaging is: hoe krijgen we die zonder menselijke tussenkomst van het ene systeem in het andere? Documenten versturen als aanhangsel van elektronische post is geen oplossing, het vereist veelal een handmatige vervolgstap. Web Services is een bewezen technologie goed gedocumenteerd in doorgaans dikke boeken. Te beginnen met het standaardwerk (700+ pagina’s) Service-Oriented Architecture Concepts, Technology, and Design van de hand van Thomas Erl. Bij SOA, een ontwerpprincipe voor software, gaat het om scheiding van interface en implementatie. Participanten hanteren hun favoriete programmeertalen, als de interfaces maar goed ontworpen zijn dan behoort onderlinge documentuitwisseling tot de mogelijkheden. Bedrijven doen maar wat graag zaken met Leeuwarden en besluiten een ander boek van Thomas Erl te raadplegen: Web Service Contract Design & Versioning for SOA (700+ bladzijden). Daarin kun je lezen hoe je een interface ontwerpt voor het ontvangen van bestellingen in UBL-formaat. Vele uurtjes studie later ontwerpen de drie zadenleveranciers elk een interface die de klus klaart maar wel een verschillende. Eentje heeft een voorkeur voor de programmeertaal Java en heeft na het bestuderen van het boek SOA Using Java Web Services (500+ pagina’s) een werkende oplossing. Gemeente Leeuwarden: laat die digitale bestellingen maar komen!

Klein probleem: ICT-medewerkers van de gemeente moeten drie verschillende interfaces bestuderen om te zien hoe ze de bestellingen bij die drie systemen moeten inschieten. Meer leveranciers, meer kopzorgen. Gelukkig bestaat er een oplossing: http://peppol.eu waarover later meer.

Overheid geen koploper

Kunnen we in Leeuwarden de gemeente elektronische facturen sturen? Vanaf 18 april aanstaande moet dat echt kunnen. Nog nergens gelezen hoe je die dingen moet aanleveren, wellicht maak de eerstvolgende Huis aan Huis-uitgave er melding van. Elektronisch factureren heeft in Nederland een lange, bedenkelijke voorgeschiedenis. Ik kan mij een sessie in Utrecht herinneren, heel lang geleden, waar toenmalig bewindspersoon Jan Kees de Jager bekend maakte dat de factuur vorm- en middelvrij was verklaard. Zolang dat ding inhoudelijk aan de wettelijke vereisten voldeed maakte het niet uit in welke vorm of langs welke weg die factuur werd verzonden. Met zijn ICT-achtergrond had hij beter moeten weten: tegen vormloze zaken kun je niet programmeren. Vergelijk het met de opkomst van telefonie, het faxapparaat en elektronische post: hoe meer deelnemende zielen des te meer vreugde, het zogeheten netwerkeffect. Een standaard met uiteenlopende implementaties, je kunt probleemloos het ene faxapparaat vervangen door een ander model dat aan de standaard voldoet. Zoiets zou je ook willen met zakelijke documenten als bestellingen en facturen. De vereiste standaard bestaat al geruime tijd, zie http://en.wikipedia.org/wiki/Universal_Business_Language . Implementaties daarentegen zijn schaars, de vereiste transportinfrastructuur ontbreekt veelal. Niet dat de standaarden daarvoor ontbreken, ze zijn talrijk en vereisen veel uiteenlopende kennis en vaardigheden. De verzamelnaam voor dit type infrastructuur is Web Services, zie http://en.wikipedia.org/wiki/Web_service .

Onlangs zag ik een aardig stukje voorbij komen van iemand met belangstelling voor administratieve software http://www.softwarepakketten.nl/bericht/6761&bronw=1/Elektronisch_factureren_vanuit_de_overheid_na_tien_jaar_amper_van_de_grond_gekomen_geen_antwoord_van_staatssecretaris_op_vragen_daarover.htm die zich verbaast over de gang van zaken. De problemen begonnen met het vorm- en middelvrij verklaren van de factuur, gevolgd door een eenzijdige nadruk op die factuur. Organisaties versturen soms ook andersoortige documenten dan bestellingen en facturen, om die reden is de transportinfrastructuur losgekoppeld van de documenten.

Vooralsnog geen idee hoe we facturen langs elektronische weg bij de gemeente Leeuwarden kunnen bezorgen, vrijwel zeker hebben alle gemeenten nagelaten daartoe Web Services in de lucht te brengen. Voor de tweede keer laten de Nederlandse overheden een kans lopen een structurele kostenbesparing te realiseren. Afgelopen tijd konden we op meerdere plaatsen lezen dat de afgelopen tien jaar de lonen nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven, met dank aan de overheden konden we helaas geen productiviteitsstijging realiseren die nodig is voor loonsverhoging. De overheid is in dit dossier absoluut geen koploper terwijl het dat wel had kunnen en moeten zijn.

Melk, de witte motor?

Een icoon in de lokale hardloopwereld is de jaarlijkse Condensloop met start en finish bij de Leeuwarder Condens. Tijdens het parcours zicht op een groot wit, welhaast iconisch, gebouw op bedrijventerrein de Hemrik gesierd met de letters CSK. In een kwartiertje hardlopen twee van de belangrijkste bedrijven in Leeuwarden op het gebied van zuivel. Maar bij dat CSK verwerken ze toch helemaal geen zuivel? Dat klopt, de S staat voor stremsel dat nodig is om van melk kaas te maken. In het verleden werd stremsel gewonnen uit klavermagen die werden opgekocht bij slachthuizen. Tegenwoordig worden de micro-organismen in reactorvaten gekweekt. Hoewel de zuivelindustrie ons wil doen geloven dat melk goed voor ons is kan een kalf er zelf niks mee. Het eerste wat een kalf doet is van de melk van moeder koe jonge kaas maken. Kaas voor menselijke consumptie werd bij toeval ontdekt toen onze voorouders melk in de magen van kalveren ging transporteren. Een vergelijkbaar verhaal betreft yoghurt. Met gepasteuriseerde melk gaat het anno nu niet meer lukken, laat rauwe melk buiten staan en in de lucht rondzwevende micro-organismen maken er yoghurt van. Merk op dat het voor melkveehouders niet meer is toegestaan om rauwe melk buiten te laten staan. Omwille van de voedselveiligheid zijn de regeltjes aardig aangescherpt.

Lezers van de Leeuwarder Courant konden onlangs in die krant een hele aardige boekbespreking aantreffen over een geschiedenis van melk. Nu kan iedereen weten dat een groot deel van de wereldbevolking geen melk kan verdragen vanwege een lactose-intolerantie. Desondanks vinden veel mensen dat de export van zuivel belangrijk is voor Friesland. Van hieruit zouden we een deel van de wereld moeten voeden. Dagverse zuivel kan vanwege de geringe houdbaarheid niet over grote afstanden getransporteerd worden, kazen alleen maar gekoeld. Melkpoeder kan zonder koeling bewaard worden alsmede gesuikerde koffiemelk, maar dat is geen eerste levensbehoefte. De tijden dat Chinese tussenhandelaren de supermarkten afschuimden i.v.m voedselschandalen in eigen land liggen achter ons, melkpoeder kan ook in de eigen regio geproduceerd worden. Twee belangrijke argumenten voor een uitzonderingspositie van melkveehouders snijden geen hout, de morele plicht anderen te voeden en voedselzekerheid. Met melkpoeder kun je niet veel mensen voeden en supermarkten liggen vol met producten die het hele jaar door worden ingevlogen. Voedselzekerheid in anno nu een non-issue.

Raadselachtig derhalve waarom sommige politieke partijen melkveehouders uit de wind blijven houden ook al gaat dat ten koste van onze leefomgeving. Daar mogen de nieuwelingen in Provinciale Staten maar eens over nadenken. De formatie gaat omwille van de zorgvuldigheid enige tijd duren, ondertussen kunnen wellicht anderen oplossingen aandragen voor vastgestelde problemen. Lezers van de Volkskrant zagen recent het volgende voorbij komen: http://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/deze-koe-moet-de-landbouw-in-zompig-veengebied-redden-nadeel-ze-is-stronteigenwijs~b71505fb/ . Mooie oplossing, we moeten zien te voorkomen dat de slogan wordt: melk, de witte sloper.

Verbeelding aan de macht

In alle opwinding over het electorale succes van Forum voor Democratie zijn we bijna vergeten het afzwaaiende College van Gedeputeerde Staten van Friesland te feliciteren. Ze hebben namelijk kans gezien de hele rit uit te zitten zonder de PvdA. Je blijft gewoon vier jaar lang op je handen zitten. Gelukkig was er vorig jaar nog wat afleiding in de vorm van Culturele Hoofdstad. Opmerkelijk weinig provinciale politieke partijen tonen belangstelling voor een structureel vervolg. Tijd voor nieuwe iconen, weg met de oude. De directeur van het Fries museum heeft het goed gezien, een museum is er niet alleen voor het verleden maar ook voor de toekomst.

Over minder dan twee maanden mogen we wederom de gang naar de stembus maken, dit keer voor het Europese Parlement. In welke mate profiteren we eigenlijk als provincie van de Europese Unie? Voorgaande jaren keek ik rond deze tijd altijd even op de website http://www.europaomdehoek.nl om te kijken welke projecten je half mei zou kunnen bekijken. Jarenlang kon je halverwege de maand mei talloze projecten bezoeken die met Europees geld gesubsidieerd werden, vorig jaar gingen die zogeheten kijkdagen niet door en konden we in het Weekend van de Wetenschap hier en daar een kijkje nemen. Zelf heb ik vorig jaar september het project bezocht rond de windmolen die van zout (zee)water zoet water kan maken. Destijds waren de initiatiefnemers in afwachting van een garantstelling voor een lening ten behoeve van agrarische ondernemers op het eiland Bonaire. Geen idee wat de huidige status van dat project is.

Sommige projecten die je ooit kon bekijken leven nog steeds zoals grasraffinage. Gras bestaat overwegend uit water en voor het overige deel uit cellulose. Herkauwers zoals koeien kunnen cellulose afbreken tot eenvoudige suikers, mensen zijn niet gebouwd voor grasconsumptie. Zou het niet mooi zijn wanneer je het water in het gras kon scheiden van de rest en dat deel opwaarderen tot hoogwaardige voeding? Het ontwateren van het gras is gelukt, het restant zou als veevoer voor varkens en kippen kunnen dienen. Helaas kan het spul niet concurreren met de import van soja uit (Zuid-)Amerikaanse landen. Het sap van gras opwaarderen tot hoogwaardige voeding voor mensen wil maar niet lukken. Tegenwoordig gaan de projecteigenaren met hun mobiele installatie langs de waterschappen om een exoot uit de sloten te verwerken. Overigens produceren koeien bij het verwerken van cellulose methaangas, een broeikasgas vele malen sterker dan CO2.

Voor deze gelegenheid gepoogd te achterhalen of er iets in Friesland gebeurt met het oog op de toekomst, er verscheen niks op mijn digitale radarscherm. Nog iets gehoord over de broedplaats voor kunstmatige intelligentie in Leeuwarden? Enig idee wat ze met de supercomputer doen die een lokale hogeschool een paar jaar geleden heeft aangeschaft? De trieste conclusie kan niet anders zijn dan dat er de afgelopen jaren geen dingen in gang zijn gezet waar we als regionale samenleving in de toekomst profijt van zullen hebben. Misschien verbeelden de gedeputeerden zich heel wat, in ieder geval geen inspirerende visie op de toekomst van Friesland. Tijd voor nieuwe iconen.

100% vaag

Gaat 100% procent biologisch het collegeprogramma halen? Sommige beleidsvoornemens kunnen mij dermate mateloos intrigeren dat ik weleens wil weten wat het realiteitsgehalte ervan is. Die van 100% biologisch deed het misschien wel aardig als campagneslogan, beleidsmatig heb je er niks aan. Voor de zuivel is de koe de belangrijkste actor want productiemiddel. Koeien nemen o.a. gras als voedsel tot zich en produceren melk en mest. Vooral de laatste substantie produceert veel ongemakken voor het ecologische systeem van de koe: verminderde biodiversiteit. Voor onze beleidsanalyse beschouwen we de omgeving van de koe niet als een (sub)systeem, maar kijken we naar een belangrijk aspect van dat ecologische systeem: soortenrijkdom. Iedereen voelt op z’n klompen aan dat minder koeien in de wei een verhoging van de soortenrijkdom tot gevolg kan hebben. Er komt dan minder mest in de bodem. Maar hoe stel je nu vast of je vooruitgang boekt? Afgaand op een artikel in de Volkskrant moet het instrumentarium nog ontwikkeld worden http://www.volkskrant.nl/wetenschap/deltaplan-moet-insecten-en-vogels-redden-dit-keer-gaat-het-wel-werken-~b56f4137/ .

Ga je als provinciale overheid voor minder koeien of minder melkveehouders? Je kunt het agrarische ondernemers met wet- en regelgeving lastig maken de bedrijfsvoering te continueren, wellicht gooien ze de handdoek dan in de ring. Minder melkveehouders betekent niet noodzakelijkerwijs minder koeien. Je streven zou moeten zijn: met minder koeien toch een fatsoenlijk inkomen verwerven. Twee mogelijke routes: minder melk levert meer op of inkomsten uit andersoortige activiteiten zoals toerisme. Toch mooi dat er eerder dit jaar in hartje Dokkum een kleine zuivelfabriek van start is gegaan. De keten aldaar kent twee schakels, eentje tussen biologische boer en zuivelverwerker en vervolgens eentje met de consument. Afhankelijk van de kostenstructuur van de hele keten kan er meer geld bij de toeleverancier terecht komen wanneer de consument meer geld overheeft voor de zuivelproducten. Vergelijk dat eens met de huidige situatie, met een derde schakel omdat de supermarkten er tussen zitten. Ook al zouden consumenten meer geld overhebben voor zuivelproducten, er is geen garantie dat die centen bij de melkveehouder in de portemonnee vloeien. Grote zuivelbedrijven moeten aan productinnovatie doen en hebben daartoe grote laboratoria voor R&D in gebruik. Slechts een fractie van alle productinnovaties redt het in de supermarkten, er gaat in de huidige keten veel geld in rook op. Helaas weet ik niet welk deel van de melkplas naar de verschillende productgroepen dagverse zuivel, kazen en gecondenseerde melk gaat. De Leeuwarder Condens heeft overcapaciteit, de kans op een tweede vergelijkbare fabriek is nul mede omdat een dergelijke fabriek kapitaalintensief is. Resteert kleinschalige productie van dagverse zuivel en kaas.

Ervaring in Dokkum moet leren of biologische boeren met minder koeien een fatsoenlijk inkomen kunnen verwerven. Over het verband tussen aantallen koeien en biodiversiteit is vooralsnog te weinig bekend, het ontbreekt de provinciale overheid aan instrumenten om de voortgang van beleid te registreren. De toekomstige collegepartijen doen er dan ook verstandig aan geen beleidsvoornemens te formuleren in de trant van: Gij zult binnen afzienbare tijd honderd procent biologisch zijn! Vooralsnog is dat 100% vaag.

Leercurve

Technische systemen zijn veelal tastbaar, sociale systemen daarentegen niet en dat maakt ze interessant. De wisselwerking tussen de elementen (actoren) van een dergelijk systeem is doorgaans onbekend en laten zich derhalve moeilijk vangen in formules. We kijken natuurlijk met enige spanning uit naar de uitslag van de verkiezing voor provinciale staten, gaan we daarna als provincie Friesland voor 100% biologisch? We mogen hopen dat bestuurders en beleidsmakers maatregelen (gaan) bedenken die ingrijpen op het niveau van micromotieven, actoren verleiden beslissingen te nemen die het gewenste einddoel dichterbij brengen. Maar hoe doe je dat wanneer je niet weet hoe oorzaak en gevolg met elkaar samenhangen? Samen leren ontdekken. Heel lang geleden verscheen van de hand van de Club van Rome een rapport getiteld Grenzen aan de groei. Veel voorspellingen uit dat rapport zijn niet bewaarheid geworden, de auteurs vergisten zich in de manier waarop systemen werken. Groeiprocessen gaan niet almaar door, er zijn altijd randvoorwaarden actief die de groei afvlakken. De schrijvers van Grenzen aan de groei extrapoleerden trends uit het verleden, maar omdat de wereld zo niet werkt kwamen de voorspellingen niet uit. Denken in systemen is al heel lang een wetenschappelijke discipline, er is dan ook veel over bekend. Dat betekend niet dat iedereen het automatisch eens is over welk deel van de werkelijkheid zich als een systeem gedraagt. Dingen zijn uit zichzelf geen systeem, je kunt een deel van de wereld als een systeem beschouwen. De bij een systeem betrokken actoren zullen een gemeenschappelijke visie moeten ontwikkelen. Friesland 100% biologisch, wat betekent dat eigenlijk?

Nu heb ik geen opleiding bij de agrarische hogeschool Van Hall Larenstein gevolgd, maar daar wel gewerkt en zodoende wat opgestoken. De grootste milieuwinst is vermoedelijk te boeken in de melkveehouderij. Dat deel van de Friese wereld gaan we als een systeem beschouwen. Systemen transformeren input tot output, bij het transformatieproces zijn uiteenlopende actoren betrokken, Sommigen zijn de klanten van het proces, anderen zijn eigenaren. Hun handelen wordt beperkt door allerlei randvoorwaarden. In de zuivel is de koe de belangrijkste actor, die heeft qua besluitvorming niet zoveel in de melk te brokkelen. In dit verband is een koe een subsysteem, het consumeert voer en produceert melk en mest. Melk is een kwetsbaar product en sterk onderhevig aan bederf door micro-organismen. Het wordt hoofdzakelijk verwerkt tot dagverse producten, kaas en melkpoeder. Dagverse zuivelproducten kunnen vanwege bederf niet over grote afstanden verplaatst worden en dienen dichtbij de bron geconsumeerd te worden. De mogelijkheden om de afzet te vergroten zijn beperkt. Kazen kunnen gekoeld wel grote afstanden overbruggen en kunnen geconsumeerd worden waar mensen een koelkast hebben. In warmere streken heb je zonder koelkast snel geen kaas meer, je afzetmarkten zijn beperkt.

In Leeuwarden kennen we van oudsher de Condens waar melk wordt gecondenseerd, vandaar de naam. Condenseren betekent water aan de melk onttrekken om er melkpoeder of gesuikerde koffiemelk van te maken. Dat spul kun je naar alle delen van de wereld exporteren, vooropgesteld dat er vraag naar is. De fabriek is de laatste paar jaar uitgebreid, de extra capaciteit wordt wegens tegenvallende vraag voor de helft benut. De uitbreiding heeft geen werkgelegenheid opgeleverd maar gekost vanwege een toename van de efficiency. Melkveehouders mogen graag schermen met het economisch belang van de sector voor de provincie, dat mogen we rustig met een korreltje zout nemen. Op weg naar 100% biologisch staan we aan het begin van een leercurve: hoe steekt het huidige systeem eigenlijk in elkaar?

Systeemdenken

Voor wie het echt niet weet bij de verkiezing voor provinciale staten, met de ogen dicht een naam aanwijzen kan altijd. Toegegeven, dat is weinig systematisch. We worden als stemmer geacht rationeel te werk te gaan. Vermoedelijk zal het eindresultaat niet te “lijden” hebben wanneer een klein deel van de populatie toch zo te werk gaat. Tenzij je een technische studie hebt gevolgd krijgen mensen zelden wat te horen over wat een systeem is. In mijn opleiding werd een boek van Jan in ‘t Veld gebruikt over analyse van organisatieproblemen, een fascinerend onderwerp. Het voor velen bekendste systeem is de cv-installatie, bestaande uit een cv-ketel, buizen, radiatoren en een thermostaat. Elk systeem bestaat uit elementen (onderdelen) die onderling verbonden zijn. Een systeem heeft input en output, streeft naar evenwicht en kent een aantal aspecten. Een cv-installatie heeft als input (aard)gas en elektriciteit (voor de pomp) en warmte als output. Een niet-onbelangrijk aspect van het geheel is geld. De thermostaat is het besturend orgaan, het zorgt voor evenwicht rond de ingestelde temperatuur. Het verband tussen de onderdelen is helder: met gas wordt water verwarmd dat door de pomp via leidingen naar radiatoren wordt getransporteerd. De thermostaat zorgt ervoor dat de warmteafgifte gelijkmatig verloopt, met als beoogd doel een behaaglijk verwarmde woning.

Stel je hebt zonnepanelen op het dak waarmee je de pomp van de cv-installatie van stroom kunt voorzien. Het is duidelijk geen onderdeel van het systeem cv-installatie. Indachtig overheidsbeleid het aardgasgebruik terug te dringen benut je de stroom van je zonnepanelen voor warmtepanelen in huis. Het is nu handiger te spreken over een warmtesysteem waarvan de cv-installatie een subsysteem is. De grenzen van een systeem zijn nooit absoluut, het gaat erom welk deel van de werkelijkheid je als een systeem wenst te beschouwen. In de praktijk stel je eerst de grenzen van een systeem vast: welke elementen horen wel of niet tot het systeem. Wat gaat er het systeem in (de input), wat gaat het systeem uit (de output). Hoe verhouden de elementen zich tot elkaar, wat is het besturend orgaan dat voor evenwicht zorgt. Technische systemen zijn overwegend saai, het is bekend hoe de elementen op elkaar inspelen: het systeemgedrag laat zich niet zelden vangen in formules van wiskundige aard.

In politiek opzicht zijn sociale systemen veel interessanter. Meestal hebben we het dan niet over de elementen van een systeem maar over actoren zoals individuen, huishoudens, bedrijven en andersoortige organisaties. Economen gaan er veelal vanuit dat de actoren zich rationeel gedragen. Sociologen hebben daarentegen al lang ontdekt dat actoren dat onmogelijk kunnen doen vanwege het fenomeen begrensde rationaliteit, je kunt nu eenmaal niet alles weten en van alles de gevolgen overzien. De Amerikaanse econoom Thomas Schelling is o.a. bekend van het begrip micromotieven en macrogedrag, actoren nemen ieder voor zich doorgaans redelijke besluiten ( de micromotieven) waarbij de optelsom (het macrogedrag) niet zelden een verrassing is. Politici hebben de opmerkelijk hardnekkige gewoonte om nieuw macrogedrag te formuleren wanneer de huidige situatie ongewenste trekjes vertoont. In de provincie Friesland hebben we een partij die voor 100% biologisch gaat, maar niet aangeeft hoe die beoogde situatie bereikt moet worden. Acties op het niveau van de micromotieven liggen voor de hand. Gelukkig mogen we van de meeste politieke partijen straks meepraten over de uitvoering van beleid, enige vaardigheid in het denken in systemen is dan wel handig.