Geen intimidatie maar communicatie

Mooie slogan afkomstig uit de inspraakreactie van de kioskhouder in recreatiegebied de Groene Ster. Zo’n voorontwerpbestemmingsplan is een mooie gelegenheid om wat ongenoegen aan het papier toe te vertrouwen. De kioskhouder heeft niks tegen festivals in dat gebied maar wil wel graag dan open zijn. Dit jaar mocht hij tijdens geen enkel festival open zijn en wordt hij daarvoor financieel door de gemeente gecompenseerd. Althans, dat is de bedoeling: het deel betreffende het psychedelische festival Psy-Fi is nog altijd niet betaald. Het illustreert weer eens hoe slordig de gemeente met dit gebied en de gebruikers ervan omgaat.

Tijdens de informatieavond over het voorontwerpbestemmingsplan maakte een aanwezige een opmerking over drugsrestanten in het oppervlaktewater. Tijdens Psy-Fi neemt niet elke festivalganger de moeite de gang naar het toilet te maken, sommigen doen hun behoefte in de bosjes of in het water. Het zal ongetwijfeld geen fraai gezicht zijn, maar kan het ook kwaad? Vandaag konden mensen een bezoek brengen aan de watercampus aan weerszijden van het riviertje de Potmarge in Leeuwarden. Het meest opvallende gebouw is van watertechnologie-instituut Wetsus waar wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. In het pand van de agrarische hogeschool Van Hall Larenstein bevindt zich het waterapplicatiecentrum waar bedrijven hun nieuwe producten kunnen uittesten. De wateralliantie die helpt bij het vermarkten van (nieuwe) producten houdt kantoor in de Johannes de Doperkerk. Bij binnenkomst aangenaam verrast door bekende klanken, het leek wel of een dj van Psy-Fi was achtergebleven. De persoon achter de geluidsinstallatie gehuld in laboratoriumjas mixte watergeluiden met psychedelische deuntjes in een tempo van 122 bpm. Niet dat ik zoiets weet te herkennen, gewoon even gevraagd. Lijkt het net alsof je er verstand van hebt. Je stopt een microfoon in een glas met water, roert wat, mixt het met wat boem-boemgeluiden en je hebt een performance. Menig bezoeker stond een beetje raar te kijken. Met deze psychedelische indrukken in het achterhoofd koers gezet naar het waterapplicatiecentrum.

Daar trof ik bij toeval een bedrijf aan wie ik kon vragen: kunnen die drugs in het water van de Groene Ster kwaad? Het bedrijf test een installatie om pesticiden uit het water te halen. Gewassen worden besproeid met pesticiden om beestjes te doden die zich te goed doen aan de plantjes. Dat spul wil je liever niet in het (oppervlakte)water hebben. Het blijkt dat algen, eencellige plantjes, zich hechten aan het werkzame molecuul van de pesticide. De alg legt weliswaar het loodje, maar het schadelijke molecuul is nu gebonden aan een levenloze alg. Deze dode algen klonteren samen en vormen vlokken in het water. Deze zou je eruit kunnen filteren maar dat schiet niet op: het restant bevat nog steeds de pesticide en is derhalve chemisch afval. Het vervuilde water wordt daarentegen aangestraald met ultraviolet licht waardoor het molecuul van de pesticide uiteenvalt in onschuldige delen. Het water kan nu schoon geloosd worden.

In ziekenhuizen worden mensen behandeld en krijgen ze niet zelden medicijnen toegediend waaronder antibiotica. Deze worden deels uitgeplast in de wc-potten van het ziekenhuis en dat mag gewoon onbehandeld op het riool worden geloosd. In vergelijking met wat ziekenhuizen (mogen) doen stelt dat gezeik in de Groene Ster niks voor. De methode die nu wordt getest om pesticiden uit water te halen kan ook toegepast worden om ziekenhuisafvalwater te reinigen en (theoretisch) drugsrestanten uit het water van de Groene Ster te vissen. Zinvol is het niet, na lozing in een grote plas water is een en ander dermate verdund dat het voor niemand kwaad kan. Mensen van Stichting Groene Ster Duurzaam zullen we niet snel over dit onderwerp horen, iets met boter op het hoofd.

Advertisements

Inspraakreactie voorontwerpbestemmingsplan Groene Ster

Geacht College,

Naar aanleiding van uw voornemen het bestemmingsplan van recreatiegebied de Groene Ster gedeeltelijk te wijzigen het volgende: dat lijkt mij geen goed idee. Voor uw beeldvorming, ik kan het hele jaar door hardlopend in het gebied worden aangetroffen en vind het samen met vele anderen knap vervelend wanneer muziekfestivals het centrale knooppunt van doorgaande fietspaden blokkeren. Ik heb geparticipeerd in de meest recente herinrichting van het gebied en op verzoek van het Friese waterschap meegewerkt aan een filmpje hierover dat te vinden is op het Internet. Activeer zo nodig een zoekmachine met “stowa mooi water dichtbij wietse elzinga youtube”. Enige kennis van het gebied kan mij niet ontzegd worden.

De Groene Ster is een recreatiegebied met een hoge natuurwaarde, laten we die N noemen. Onlangs konden we in diverse media lezen dat een otter een jaar na het aanbrengen van een loopplank in de duiker onder de Groningerstraatweg die heeft gevonden en heeft gebruikt. De Groene Ster mag dan geen Natura 2000-gebied zijn, het is wel het leefgebied van de otter. Bij de herinrichting is hier rekening mee gehouden, in de weg Woelwijk zijn een natte en droge duiker aangebracht. Na de herinrichting in het jaar van de eerste editie van Welcome to the Village (WttV), waarbij het centrale knooppunt bij de kiosk niet werd geblokkeerd en de festivalgangers kampeerden op een gereserveerd deel van camping de Kleine Wielen, was de natuurwaarde maximaal (Nmax). Aan Nmax kunnen we helaas geen getal toekennen, niemand heeft ooit geprobeerd de natuurwaarde van het gebied te kwantificeren.

Een vergelijkbaar verhaal met de recreatieve waarde van het gebied, gemakshalve R genoemd. Tijdens de eerste editie van WttV was die maximaal (Rmax). Aan R kunnen we geen getal koppelen, er is nooit onderzoek gedaan naar het feitelijke gebruik van het gebied. Het is onbekend in welke mate de Groene Ster door wie wordt gebruikt. Duidelijk is wel dat elke dag dat het centrale knooppunt van doorgaande fietspaden is geblokkeerd er heel veel mensen zijn die het gebied niet kunnen gebruiken zoals zij dat graag willen ook al zijn grote delen toegankelijk. Je zou kunnen stellen dat op deze momenten de recreatieve waarde laag is. Na de eerste editie van WttV is zowel de recreatieve als natuurwaarde van de Groene Ster afgenomen.

Welcome to the Village bleek voor herhaling vatbaar, kreeg gezelschap van Promised Land en Psy-Fi. De eerste beleefde dit jaar de zesde editie, de andere twee de vijfde. Duidelijk is dat de festivalorganisaties een creatief concept in handen hebben waarmee ze bezoekers trekken. Helaas ontberen ze de kennis van het gebied om de uitvoering probleemloos te laten verlopen. Ambtenaren van de gemeente Leeuwarden kunnen die ook niet leveren, een kwestie van de lamme helpt de blinde. Niet verrassend dat Stichting Groene Ster Duurzaam de nodige omissies in de uitvoering aan het licht weet te brengen en daarin door de bestuursrechter in het gelijk wordt gesteld. We moeten helaas vaststellen dat ondanks succesvolle creatieve concepten het ontbreek aan relevante kennis en vaardigheden bij ambtenaren en festivalorganisaties. Wanneer de bezoekers van de vijfde editie van Promised Land massaal klagen over het klungelige verloop van het festival dan kun je moeilijk beweren dat in de uitvoering progressie is geboekt.

De gemeente Leeuwarden acht de Groene Ster geschikt als evenemententerrein o.a. vanwege de nabijheid van een camping. Dit jaar heeft geen enkel festival daarvan gebruik gemaakt. Het is voor de geregelde gebruikers van het gebied een raadsel waarom Welcome to the Village in navolging van Psy-Fi de bezoekers op het festivalterrein laat kamperen. Het komt de recreatieve en natuurwaarde van het gebied niet ten goede. WttV heeft de nodige sanitaire voorzieningen moeten realiseren, in een uithoek van het festivalterrein kon je een toiletwagen ontwaren waarbij het spoelwater aan het recreatiegebied werd onttrokken en het afvalwater in een container werd opgevangen. Met dergelijke “innovatieve” oplossingen kun je dat festival overal binnen de gemeentegrenzen realiseren. De Groene Ster kent geen gangbare riolering, er loopt een persleiding van het gebied naar de woonwijk Camminghaburen. De pompinstallatie, die op afstand wordt beheerd door het waterschap, bevindt zich in een groene kast in de buurt van de kiosk. Alleen in de nabijheid van de toegang tot die persleiding kunnen (grootschalige) sanitaire voorzieningen gerealiseerd worden. WttV slaagde er dit jaar in ook elders sanitair te regelen, kennelijk kun je anno nu met gehuurde spullen nagenoeg overal een festival organiseren. Bijvoorbeeld in de ongebruikte weilanden tussen Leeuwarden en Lekkum ook al is dat geen (aangewezen) evenemententerrein.

Gelet op het internationale karakter van Psy-Fi waarbij de festivalgangers veel reiskosten maken is het te volgen waarom de organisatie een voorkeur heeft voor kamperen op het festivalterrein, anders wordt een trip wel erg duur. Ten zuiden van de weg Woelwijk doen grote grazers hun best verruiging van het terrein te voorkomen, daar kunnen vele tentjes een plek vinden zonder noemenswaardige impact op de natuur. Het gebied ten noorden van die weg kan daardoor ontlast worden en dat komt in ieder geval de natuurwaarde in dat deel van de Groene Ster ten goede. Waarom deze optie de afgelopen jaren nooit is benut is mij een raadsel.

Veel mensen verlangen terug naar de Groene Ster uit de tijd van Nmax en Rmax, in dit verband zijn minder festivals wenselijker dan het huidige aantal of meer. De voorgestelde gedeeltelijke wijziging van het vigerende bestemmingsplan beoogt duidelijkheid te verschaffen. Helaas van het verkeerde type, een terugkeer naar de door velen gewenste situatie zit voor tien jaar op slot. Het voorgestelde bestemmingsplan wijst gebieden aan voor evenementen van uiteenlopende omvang, in eerste aanleg om de huidige drie festivals te kunnen accommoderen. Mocht een festival besluiten elders verder te gaan dan kan een nieuwkomer de opengevallen plek claimen. Met het voorgestelde bestemmingsplan zouden de reguliere gebruikers van het gebied genoegen moeten blijven nemen met een lagere recreatieve en natuurwaarde dan mogelijk. Uiteraard kan het voor een stad aantrekkelijk zijn om festivals in huis te hebben, toch opmerkelijk dat de gemeente Leeuwarden de economische waarde van de festivals in de Groene Ster niet weet te benoemen. Het heet dat er straks sprake zal zijn van een belangenafweging, maar hoe kun je vage culturele en onbekende economische belangen afwegen tegen de evenmin te kwantificeren recreatieve en natuurwaarde van de Groene Ster? Gebruikers van het gebied weten in ieder geval zeker dat bij een gedeeltelijk gewijzigd bestemmingsplan er geen traject richting Nmax en Rmax ingezet kan worden. Uiteraard gaat dat ook niet gebeuren wanneer het huidige drietal blijft doorgaan, grote kans daarentegen dat tussen nu en tien jaar enkele stoppen of elders verder gaan.

Overwegende dat

1. De Groene Ster een recreatiegebied is waarvan de recreatieve en natuurwaarde de afgelopen jaren is afgenomen door festivals en gebrekkig groenbeheer.
2. De festivalorganisaties een creatief concept in handen hebben dat bezoekers trekt maar waarvan de uitvoering problemen oplevert wegens ontbrekende kennis en vaardigheden. Ambtenaren van de gemeente Leeuwarden onvoldoende distantie tot de organisatoren in acht nemen waardoor deze niet worden geprikkeld zich verder te ontwikkelen. Gevolg: vermijdbare juridische procedures. Een gedeeltelijk gewijzigd bestemmingsplan is geen oplossing voor organisatorische ongemakken.
3. Gelet op de afnemende recreatieve en natuurwaarde van de Groene Ster is het gebied meer gebaat met minder dan met meer evenementen. Festivalorganisaties gestimuleerd kunnen hun activiteiten elders voort te zetten bij voorkeur binnen de gemeentegrenzen. Die andere plek hoeft niet voor meerdere festivals dezelfde te zijn en evenmin noodzakelijkerwijs een aangewezen evenemententerrein. Het valt op voorhand niet uit te sluiten dat een agrarische ondernemer (wei)land beschikbaar wil stellen.
4. Het voorgestelde bestemmingsplan een terugkeer naar oude en betere recreatieve en natuurwaarden blokkeert, de gebruikers van het gebied zouden met een structureel lagere waarde genoegen moeten nemen zonder dat duidelijk is wat er in het algemeen belang tegenover staat.
5. Het huidige bestemmingsplan de mogelijkheid biedt binnen smalle marges maatwerk te leveren richting de festivalorganisaties zodat de gemeentelijke doelstellingen aangaande festivals gerealiseerd kunnen (blijven) worden. Voor een vlekkeloze verstrekking van vereiste vrijstellingen en vergunningen kunnen ambtenaren (alsnog) de vereiste kennis en vaardigheden verwerven.

doet het College van B&W van Leeuwarden er verstandig aan het huidige bestemmingsplan van recreatiegebied de Groene Ster ongewijzigd te laten. Het voorontwerp kan derhalve de prullenbak in.

Bovenstaande tekst heb ik langs elektronische weg bij de gemeente Leeuwarden ingediend.

Heropening

Eind november wordt in stadsschouwburg de Harmonie het stokje overgedragen aan de twee steden die zich volgend jaar Culturele Hoofdstad mogen noemen. Net als bij de opening een heus bobo-onderonsje, er wordt overigens niet gesproken over een afsluiting van het project Culturele Hoofdstad maar over een heropening. Bij een heropening denk ik altijd aan een winkel die tijdelijk sluit vanwege een verbouwing waarna een aangepast assortiment in een vernieuwde context wordt aangeboden. Het is al langer bekend dat aan het slot een nieuw beleidsdocument wordt gepresenteerd met daarin het nalatenschap van het project. De uiteindelijke naam van het document is (mij) niet bekend, het zal ongetwijfeld de nodige ronkende volzinnen bevatten.

Hoe kunnen winkels van Culturele Hoofdstad profiteren? Dat was de kop boven een stuk in de economiebijlage van de Leeuwarder Courant van zaterdag 25 augustus 2018. Voor wie die krant niet heeft gelezen een paar ontluisterende cijfertjes. De opening van het betreffende stuk:”Ondanks de grote evenementen is het aantal bezoekers van het Leeuwarder winkelcentrum in de binnenstad beperkt gegroeid. Er komen gemiddeld 6000 bezoekers meer op een zaterdag, maar daar zitten de bezoekers van de piekdagen bij in.” Met dank aan de Leeuwarder Courant voor het beschikbaar stellen van wat getallen: Op een gemiddelde zaterdag in 2013 liepen 30.100 mensen door binnenstad, terwijl dat er in 2016 17.900 waren. Sinds vorig jaar worden de bezoekers niet meer handmatig geteld maar elektronisch en dat leverde de volgende resultaten op. Kwamen in 2017 zo’n 22.538 mensen op zaterdag de binnenstad in, dit jaar zijn dat er 28.636.

Ik lepel nog steeds wat gegevens uit de Leeuwarder Courant op. Onderzoekers van bureau Locatus, die de metingen verrichten, telden vijf grote pieken (de krant rept zelf over zes pieken) op de hoogtijdagen: de opening van het cultureel jaar op 27 januari, het bevrijdingsfestival op 5 mei, het Fries Straatfestival op 26 mei, Grutsk/City Proms op 30 juni en de Reuzen (17-19 augustus). Zonder die piekdagen kwamen er gemiddeld 24.666 unieke bezoekers op een zaterdag, zo’n 9 procent meer dan het jaar ervoor. Tot zover de getallen.

Merk op dat het openingsweekend echt eenmalig is, het Franse straattheatergezelschap achter de Reuzen te kennen heeft gegeven nog wel een keertje langs te willen komen, de combinatie City Proms met Grutsk nieuw was maar voor herhaling vatbaar en de overige twee een jaarlijks terugkerend fenomeen zijn. Het College van B&W van Leeuwarden doet er verstandig aan te gaan sparen voor een volgende versie van de Reuzen over een paar jaar, een nieuwe editie volgend jaar van Grutsk met talloze Harmonie-, Fanfare- en Brassband-verenigingen moet te realiseren zijn. Nog even sleutelen aan de informatievoorziening en de tent kan weer open.

Koning, Keizer, Admiraal

Toerisme steeds belangrijker voor de regionale economie, hoe moeilijk (of gemakkelijk) wordt het toeristen gemaakt? Dit jaar voor het eerst een paar evenementen in de regio bezocht. Te beginnen, dichtbij huis, City Proms in combinatie met het festival om trots op te zijn: 2018 muzikanten van uiteenlopende Harmonie-, Fanfare- en Brassband-verenigingen. Gevolgd door de Tall Ships Race in Harlingen en recentelijk de Admiraliteitsdagen in Dokkum. Verbazingwekkend hoe lastig het is om erachter te komen waar je wat kunt beleven. Meestal tref je het programma van City Proms op de deurmat aan, dit jaar niks voorbij zien komen. Het flankerend programma Grutsk ( http://www.grutsk.fr ) stond summier aangekondigd in de lokale Huis aan Huis-uitgave, menig toerist had geen idee wat er die zaterdag gaande was. Op tal van plekken in het centrum optredens, geen beeld te vormen van wat er werd gespeeld of zou gaan spelen. Ik zie overal in de stad winkeliers hun waren aanprijzen op veelal verrijdbare borden, de eenvoudigste exemplaren bestaan uit twee (school)borden elk op twee pootjes die bovenaan scharnierend met elkaar verbonden zijn. Het zijaanzicht vormt een driehoek. Bij Grutsk zou ik bij elk podium een paar van die dingen geplaatst hebben met daarop een affiche, eentje in het Engels en het Nederlands. Met daarop het programma. Hoe moeilijk kan het zijn?

Op het festivalterrein van de Tall Ships Race stonden ze wel, maar dan voorzien van een plattegrond met de ligging van de schepen. Onderweg naar Harlingen zag ik fietsend digitale infoborden langs de weg staan, waarom stonden die dingen dit jaar niet in het centrum van de stad? Het was slechts de tweede editie van dat evenement aldaar, ze leren er rap. Mooi afgebakend evenemententerrein, behalve infoborden duidelijk herkenbare vrijwilligers die je wat kon vragen. Voor elk wat wils, de schepen, een reuzenrad en een groot podium. Toen ik op zondagmiddag arriveerde kreeg burgemeester Sluiter een zonnebloem uitgereikt, was te laat om te horen om welke reden. Na afloop in de coulissen de ambtsketen in de handtas van de vrouw, zo gaat dat in een kleine gemeente. Hun lokale troubadour steekt wat bleekjes af bij “onze” Pieter Wilkens, je kunt niet alles hebben. Er viel op het hoofdpodium wat te beleven. Dat kon ik niet zeggen van het hoofdpodium van de Admiraliteitsdagen afgelopen zondag.

Dat evenement was dit jaar voor de achtste keer, wat een verschil met Harlingen. Sommige mensen waren zo verstandig geweest om thuis de binnenpagina uit het programmakrantje te scheuren, die konden tenminste hun positie bepalen. Gelukkig is het centrum van Dokkum niet groot, na wat proberen kwam ik bij het hoofdpodium terecht. Mooi podium over de stadsgracht, voorzien van grote schermen. Helaas zagen ze daar geen kans om daarop het programma te presenteren. Binnen een uur was ik weer uit Dokkum vertrokken, ik heb geen zin om veel moeite te moeten doen om te achterhalen waar wat te beleven is. Van klantenbinding hebben ze daar nog niet gehoord. Informeer even in Harlingen hoe je een groot evenement aanpakt.

Wil je als regionale samenleving (meer) geld verdienen aan toeristen dan zul je die toerist centraal moeten stellen. Ontdekken wat waar te beleven is moet niet meer moeite kosten dan strikt noodzakelijk. Vanuit de optiek van informatievoorziening valt er nog een wereld te winnen. Koning, Keizer, Admiraal, een behoefte aan informatie hebben we allemaal. Toch jammer dat sommige (evenementen)organisatoren daar geen boodschap aan hebben.

Groene Ster niet interessant voor media

Lutz Jacobi vindt gedoe Groene Ster maar gezeur. Opmerkelijk weinig aandacht van de media voor het voorontwerpbestemmingsplan van de Groene Ster terwijl het duizenden mensen aangaat. Onlangs werd dat plan gepresenteerd in een restaurant in de Grote Wielen, de presentatie alsmede andere relevante stukken zijn te vinden op http://www.leeuwarden.nl/nl/groenester . De Leeuwarder Courant schitterde door afwezigheid en dat terwijl de bijeenkomst de nodige emoties opriep. Kijk voor een representatieve collectie de Twitter-berichten op http://www.groenesterleeuwarden.nl en vergeet niet het filmpje te bekijken dat de kioskhouder maakte van de grote ligweide, of wat ervan overgebleven is. Genoemde website is een initiatief van een inwoner van de wijk Camminghaburen, een andere inwoner van die wijk heeft een vergunning aangevraagd voor een evenement genaamd Groene Ster Open Lucht. In navolging van vergelijkbare initiatieven elders in het land waarbij wordt gepoogd de openbare ruimte terug te veroveren op de festivalorganisaties en de gemeentebesturen. Mocht de vergunning verleend worden dan kan volgend jaar iedereen die dat wil gratis gebruik maken van het recreatiegebied om te zonnen, zwemmen, fietsen, wandelen, enzovoort. Kortom alle dingen die kunnen wanneer er geen festivals zijn. Volgens initiatiefnemer Jan de Vos blijft het afwachten of het verzoek wordt gehonoreerd, de Algemene Plaatselijke Verordening bevoordeelt bestaande initiatieven boven nieuwe. Mensen die tegen een wijziging van het vigerende bestemmingsplan zijn kunnen Stichting Groene Ster Duurzaam machtigen protest aan te tekenen.

Het thema van de Open Monumentendag in deze gemeente was dit jaar Leeuwarden maakt School. Aangezien er dit jaar niks van mijn gading bij zat heb ik de koepel van de voormalige Friesland Bank bezocht. Dat kon in een tijdslot van nog geen vijf uur, een buitenkansje derhalve. Waar in schoolgebouwen doorgaans het nodige wordt geleerd, hield de Friesland Bank op te bestaan omdat er te weinig werd geleerd. De organisatie wist zich niet snel genoeg aan te passen aan veranderende omstandigheden en legde het loodje. De ultieme straf voor niet-leren in de marktsector. Wanneer ambtenaren van de gemeente Leeuwarden niet leren dan zitten anderen met de gebakken peren. Dat is de situatie met de vergunningen voor de festivals in recreatiegebied de Groene Ster. De gemeente wil graag aldaar festivals accommoderen maar weet niet hoe dat (juridisch correct) aan te pakken. Het ontbreekt de ambtenaren aan relevante kennis en vaardigheden, de voorgestelde oplossing: een gedeeltelijk gewijzigd bestemmingsplan. Een verkeerde oplossing voor een geconstateerd probleem.

Gelukkig voor ons allen gaat wethouder Friso Douwstra van Economische Zaken binnenkort naar Japan om daar inspiratie op te doen. Hij gaat aldaar het innovatie-ecosysteem bestuderen. Maar wat heeft dat te maken met de festivals in het recreatiegebied? Wanneer bedrijven nieuwe producten willen ontwikkelen dan volstaat boekenwijsheid niet. De organisatie moet zo ingericht worden dat er nieuwe kennis wordt gegenereerd en gedeeld. De Friesland Bank liet dat na en ging kopje onder met een groot verlies aan werkgelegenheid tot gevolg. Nieuwe welvaart en werkgelegenheid kan alleen ontstaan wanneer bedrijven leren te innoveren. Zitten we nog steeds met die niet-lerende ambtenaren, de externe prikkel om in beweging te komen ontbreekt. Iets preciezer, raadsleden laten na die uit te delen. Raadsleden hebben overwegend een ambtelijke of onderwijsachtergrond en zijn derhalve veelal onbekend met het fenomeen lerende organisatie. Raadsleden doen er verstandig aan bij het College van B&W aan te dringen op een organisatieontwikkelprogramma anders blijven we zitten met het gedoe in de Groene Ster. Lutz Jacobi zal dit wel gezeur vinden.

Snoepreisje

Columnist Eelke Lok van de regionale omroep meent redacteur Andries Veldman van http://www.liwwadders.nl te moeten kapittelen over diens column aangaande het reisje van wethouder Friso Douwstra naar Japan. Zie http://www.omropfryslan.nl/nijs/837158-kollum-japan . Bedenkelijke kwaliteit journalistiek gelet op het feit dat beiden de plank misslaan. De eerste persberichten betreffende de inspiratiereis van de Leeuwarder wethouder van Economische Zaken naar Japan repten over het opdoen van inzichten aangaande het Japanse innovatie-ecosysteem. Wethouder Douwstra wil daar iets zien wat niet te zien valt, voorbarige conclusie Veldman: snoepreisje. Opmerkelijk overigens dat voormalige journalisten na hun pensionering maar blijven doorschrijven, helaas met te weinig oog voor de details. Pieter de Groot van de Leeuwarder Courant kan er ook wat van. Die had het onlangs over de nostalgische gevoelens van (oudere) Leeuwarders bij de aanblik van (voormalige) scholen in het kader van Open Monumentendag. Blijkt dat ik pech heb, alleen het hoofdgebouw van de middelbare school in de Kanaalstraat bestaat nog. Niks nostalgische gevoelens. Op de, in mijn tijd, lagere school leerde je lezen, schrijven en wat rekenen. Daarna op de middelbare school kwamen er vreemde talen bij, alsmede natuur- en scheikunde en werd rekenen wiskunde. De daarop volgende technische studie betrof symbolen en schema’s in allerlei soorten en maten. Een vervolgstudie in de avonduren voor docent wiskunde bracht het goochelen met symbolen op een nog hoger plan. Vervolgens ging ik aan de toenmalige zuivelschool in Bolsward, die ook niet meer bestaat, andere mensen leren manipuleren met formules.

Bovenstaande is kenmerkend voor ons onderwijssysteem, expliciet geformuleerde kennis in de vorm van woorden, getallen, diagrammen, schema’s en symbolen wordt van de ene persoon in een schoolgebouw overgedragen op een andere. Mensen die voor een technisch beroep worden opgeleid leren technische tekeningen lezen zodat ze weten wat ze in de praktijk moeten doen, anderen leren protocollen te hanteren, stroomschema’s te volgen, checklisten af te vinken en ga zo maar door. Journalisten hebben geleerd woordjes achter elkaar te zetten in niet zelden onsamenhangende zinnen en stukjes, ook al zouden ze dat beter niet kunnen doen. In de jaren negentig van de vorige eeuw verscheen het boek getiteld “The Knowledge-Creating Company. How Japanese Companies Create the Dynamics of Innovation”, een klassieker in de organisatieliteratuur. Het overdragen van impliciete kennis die zich in de hoofden van de mensen bevindt is een stuk lastiger dan het aanleren van boekenwijsheid. Veel Japanse bedrijven hebben manieren gevonden om hun organisaties zo in te richten dat deze impliciete kennis en ervaring gedeeld kan worden. De Leeuwarder wethouder reist binnenkort af naar Japan om te zien hoe die Japanners dat doen, in de foutieve veronderstelling dat je dat aan de buitenkant kunt zien. Helaas, er valt niks te zien.

Desondanks kan het best wel nuttig zijn om aldaar een kijkje te nemen want er gaan ook bedrijven uit Noordoost-Friesland mee. De Japanse manier van innoveren kan heel goed passen bij de Friese cultuur, per slot van rekening gaat het vooral om mensvisies en managementstijlen. Pas achteraf zullen we weten of het een snoepreisje op kosten van de samenleving is geweest. Het resultaat kunnen we namelijk toetsen, de wethouder en de bedrijven doen iets met de opgedane inzichten of niet. In het eerste geval is succes  weliswaar niet verzekerd, pas door aan de slag te gaan kom je te weten wat wel of niet werkt. Gebeurt er na de inspiratiereis niks, dan was er sprake van een snoepreisje. Dit zouden journalisten moeten kunnen volgen.

Juridisch dieptepunt Groene Ster

Woensdag 5 september aanstaande is de aftrap van een hete juridische herfst in recreatiegebied de Groene Ster. Het heeft een keertje in de lokale Huis aan Huis-uitgave gestaan maar dat is al weken geleden. Aan het begin van de zomerschoolvakantie, weinig mensen zullen de aankondiging van de presentatie van het voorontwerp bestemmingsplan gelezen hebben. De termijn waarbinnen gereageerd kan worden is bijna verstreken, als ik het goed heb dan kan er na woensdag nog twee weken een inspraakreactie ingediend worden. Dat het College van B&W van Leeuwarden de burger van deze gemeente niet serieus neemt weten de geregelde gebruikers van de Groene Ster al langer. Het gedoe rond de festivals in het recreatiegebied is bijna niet meer te volgen, vandaar een beknopt overzicht.

Probleemveroorzaker nummer 1 is gemeenteambtenaar Jan Stieber, niemand kan de problematiek beter verwoorden dan hijzelf. Slingert vanuit zijn Twitter-account filmpjes de wereld in vanaf de festivalterreinen: kijk eens wat een leuk feestje, wat leuk dat ik hier in de baas z’n tijd mag zijn! Kan onvoldoende afstand houden tot de festivals die hij wordt geacht te controleren. Bestemmingsplan van het gebied staat weliswaar geen festivals toe, er mag drie keer per jaar ontheffing worden verleend. Omdat ambtenaren te close zijn met de festivalorganisaties worden de ontheffingen en vereiste vergunningen niet (juridisch) correct verstrekt. Stichting Groene Ster Duurzaam wint menig rechtszaak omdat Leeuwarder ambtenaren er een zooitje van maken. College van B&W weet als antwoord op dit ambtelijk falen niks beters te verzinnen dan een aangepast bestemmingsplan en doet voorkomen alsof de bestuursrechter hen daartoe heeft opgedragen. Dat is niet zo. De fractievoorzitter van de Leeuwarder Partij voor de Dieren, een voormalige officier van justitie, kan dat prima uit de doeken doen ook al heb ik niet de indruk dat andere raadsleden het begrijpen. In een gedeeltelijk gewijzigd bestemmingsplan moeten alle festivals aan dezelfde (strengere) regels voldoen, bij een ongewijzigd plan kan er (binnen steeds kleinere marges) maatwerk worden geleverd. Festivalorganisaties zijn vrijwel zeker beter af met het vigerende bestemmingsplan dan met een ander plan en doen er derhalve verstandig aan de gemeenteraad te bewerken.

Uitgerekend het festival waarmee het allemaal begon heeft het moeilijk, Welcome to the Village overleefde dit jaar maar net. Het paradepaardje van Culturele Hoofdstad had Europese allure moeten uitstralen, het festival kon volstaan met de kleinste camping ooit. Het is een regionaal onderonsje geworden. De grootste van de drie festivals Psy-Fi bracht dit jaar minder kaarten dan ooit in omloop en raakte die pas op het allerlaatste moment kwijt. Je kunt moeilijk beweren dat het geweldig gaat met die feestjes in het recreatiegebied. Vragen van de Partij voor de Dieren aangaande het kappen van een drietal bomen in de Groene Ster ten behoeve van de muzikale vogeltjesconferentie waren in een poep en een scheet beantwoord, antwoorden op vragen van Gemeentebelangen Leeuwarden (GBL) omtrent de gang van zaken rond het verstrekken van vrijstellingen en vergunningen heb ik nog niet voorbij zien komen. Al met al een triest geheel, de festivals waarom het te doen is dreigen te verdwijnen en het College van B&W weet niks beters te bedenken dan een vlucht voorwaarts: een nieuw bestemmingsplan. De meteorologische herfst mag dan vandaag begonnen zijn, komende week begint de hete herfst in recreatiegebied de Groene Ster. Een juridisch dieptepunt.

Dit was Culturele Hoofdstad

Reuzen absoluut hoogtepunt van Culturele Hoofdstad. Wanneer dit soort krantenkoppen voorbij komen dan kunnen we de rest van het jaar gerust andere dingen gaan doen. Het evenement met de Reuzen van de Franse straattheatergroep Royal de Luxe hoorde thuis in de top drie van peperdure producties, de andere twee waren het openingsfeestje en de elf fonteinen. Over het openingsfestijn hoor je niemand meer, de elf fonteinen blijken een attractie te zijn. Geen mens heeft het trouwens nog over Kletterdei, de dag waarop tien van de elf in gebruik werden genomen. In beide (non-)evenementen mocht het aanwezige publiek figureren als een passief decorstuk in een tv-uitzending, daar kan niemand goede herinneringen aan hebben. Geen participatie en derhalve geen interactie, snel vergeten dus. Hoe verschillend met de Reuzen. Het publiek langs de route is integraal onderdeel van de uitvoering. Weliswaar werd iedereen geacht een zekere afstand te bewaren tot de voorbijkomende marionetten, een enkeling mocht zowaar het Hondje een aai over de kop geven. Het toeval wilde dat vlak voor mijn neus de act met de water drinkende hond werd uitgevoerd. Een oudere mevrouw dreigde bij het fotograferen te vallen en prompt werd er een improvisatie gerealiseerd. Toen zag ik pas dat er voor de hond uit een Fransman met een megafoon liep die niks anders deed dan de omgeving te scannen. De mensen die het Hondje bedienen hebben daaraan hun handen vol, die hebben weinig oog voor andere zaken. De vooruitgeschoven post kijkt naar mogelijkheden om het publiek bij het optreden te betrekken en schreeuwt vervolgens aanwijzingen door zijn megafoon. Zo bezorg je mensen een leuke ervaring en een prettige herinnering, heel anders dan die twee geldverslinders waarbij een evenement gedachteloos in de openbare ruimte werd gekwakt.

Op het Cambuurplein stond aan het begin van de avond een groot bed gereed voor het Meisje. Je zag de baas van het gezelschap wat rondscharrelen, hij deed verder niks. Draaide niet aan knoppen, trad niet op als een generaal die op een exercitieterrein de manschappen stond te drillen, hij was slechts aanwezig. Toen hij tijdens de act van het Meisje naar bed brengen naast de vrachtwagen met spelende muziekkanten een sigaretje stond te roken dacht ik: dit is wat in de organisatieliteratuur “management by wandering around” wordt genoemd. Zichtbaar aanwezig zijn en kijken wat er gebeurt, medewerkers laten het wel uit hun hoofd om aan het einde van de dag het opreden af te raffelen. Hoe verschillend met de organisatie van Culturele Hoofdstad. Wie begin dit jaar met de attitude van een antropoloog in het centrum van Leeuwarden had rondgelopen, had de gebrekkige informatievoorziening naar toeristen zelf kunnen ontwaren. Na ruim een half jaar wist een ontevreden toerist gemakkelijker de weg naar de ingezonden stukken van de Leeuwarder Courant te vinden dan naar een evenement.

Toch mooi dat het Franse straattheatergezelschap nog een keertje wil langskomen met een echt nieuwe attractie. Buitenkansje, moeten we grijpen. Kost een paar centen maar daar kun je voor gaan sparen. De gemeente Leeuwarden staat er weliswaar financieel niet rooskleurig voor, bedenk dat de stad zich kandidaat stelde voor de titelstrijd in de slechts denkbare tijden: een echte economische crisis. Niemand had destijds kunnen bevroeden dat het nu zoveel beter gaat. Tweehonderdduizend bezoekers in de stad en meer dan een half miljoen tv-kijkers een week later, dat smaakt echt naar meer. Er zijn nog een paar evenementen te gaan, maar in feite was dit Culturele Hoofdstad.

Unieke bezoekers

Na de Reuzen kent de Leeuwarder samenleving een nieuwe tweedeling: zij die erbij waren en zij die het gemist hebben. Maar hoeveel waren er nu bij? Rare gang van zaken, je huurt als gemeente een extern bureau in om te meten hoeveel bezoekers het evenement trekt, gaat akkoord met de onderzoeksopzet en verklaart vervolgens een en ander ongeldig omdat de uitkomst je niet bevalt. Nu roept het College van B&W van Leeuwarden weleens vaker wat zonder nadere onderbouwing – denk aan het 1000-banenplan waarvan niemand weet waar ze te vinden zijn – op basis van eigen waarnemingen ben ik geneigd het onderzoeksbureau gelijk te geven. Wat is interessant om te weten? Het aantal bezoekers van buiten de stad dat hier geld in omloop heeft gebracht. Het organiseren van dit reusachtige (mooie) evenement kost veel publiek geld, als overheid wil je dat het een economisch verantwoorde uitgave was.De openbaarvervoerbedrijven hebben netjes geturfd hoeveel mensen zij in het weekend hebben vervoerd, ik heb nog geen cijfertjes aangaande het gebruik van de parkeerterreinen voorbij zien komen. Een ondernemer gevestigd op bedrijventerrein de Hemrik vertelde me dat er vrijdags belangstelling was voor de door hem beschikbaar gestelde parkeerruimte maar dat er zaterdags aldaar nauwelijks werd geparkeerd. Geen idee hoe daar de bezoekers zijn geteld, op andere parkeerterreinen kregen de bezoekers een armbandje en we mogen hopen dat iemand ze heeft geturfd.

Best wel lastig om te bepalen hoeveel mensen de Reuzen live hebben gezien. Heb zelf op vrijdagochtend een kijkje genomen bij het opstaan van de Duiker op de Westersingel. Het viel niet mee die plek op de fiets te bereiken, ik kon bij de Eebrug het water over en via de Noordersingel de Westersingel bereiken. Veel mensen uit Leeuwarden en directe omgeving was mijn indruk. Na afloop ging een deel naar huis en een ander deel naar het centrum, die zullen ongetwijfeld daar digitaal gedetecteerd zijn. Vrijdagmiddag het Meisje en het Hondje door de straat, overwegend buurtbewoners en enkele bezoekers van buiten herkenbaar aan hun parkeerplaatsbandje. Hetzelfde beeld ‘s avonds bij het naar bed brengen van het Meisje op het Cambuurplein. Op zaterdagochtend na het passeren van de Duiker trof ik zittend op het stenen muurtje voor mijn huis burgemeester Bilker van Kollumerland aan samen met zijn vrouw. In afwachting van een familielid, vervolgens door naar het Waagplein alwaar de rustplaats van de Duiker was. De voormalige wethouder had, goed bekend met de stad, z’n auto in de buurt geparkeerd. Trof hem later die dag ter hoogte van het Waagplein op de Nieuwestad aan. Een bezoeker van buiten de stad die hier geld heeft uitgegeven en afhankelijk van zijn telefooninstellingen wel of niet digitaal gedetecteerd is. Ik liep op de zuidzijde van de Nieuwestad tegen de stroom in, allemaal mensen afkomstig van het Oldehoofsterkerkhof waar het Meisje en het Hondje middagrust hielden. Het kan bijna niet anders dan dat de meeste bezoekers aan het centrum van de stad op het radarscherm van het onderzoeksbureau zijn verschenen.

Ik ben nog even benieuwd naar het gebruik van de parkeerterreinen, het is interessant om te weten hoeveel mensen van buiten de stad hier geld in omloop hebben gebracht. Vermenigvuldig het aantal bezoekers van buiten met 20 euro en we weten of het feestje met de Reuzen ook economisch reusachtig was. Meer dan tweehonderdduizend unieke bezoekers heeft het evenement niet getrokken.

Bestuurlijke ballen

Festivals dreigen Leeuwarden te verlaten, het gemeentebestuur moet bestuurlijke ballen tonen. De spreekbuis van de festivals besteedde er een aardig stukje aan op http://www.suksawat.nl/grote-festivals-dreigen-uit-leeuwarden-te-verdwijnen en geeft daarmee blijk geen idee te hebben van het probleem. In andere gemeenten is het aanvragen van een vergunning een peulenschil, een gebrekkig bestemmingsplan alhier maakt het aanvragen een crime. Het stukje wemelt van de feitelijke onjuistheden, maakt het uit als wij maar ons feestje kunnen vieren. De rest moet gewoon niet zeuren en wat overlast accepteren. Het grote probleem met de festivals in de Groene Ster is dat de organisaties hun verantwoordelijkheid niet kennen en nemen. Een evenement organiseren in de openbare ruimte is iets anders dan eentje organiseren in een bestaand pand. In een recreatiegebied als de Groene Ster zijn uiteenlopende gebruikersgroepen actief die zoveel mogelijke hun gebruikelijke dingetje willen blijven doen. Geef ze eens ongelijk, het is toch een recreatiegebied? Die willen zich best een beetje aanpassen, maar wel binnen zekere grenzen. Festivalgangers vergeten niet zelden dat de reguliere gebruikers niet alleen dat ene festival moeten accommoderen, er zijn er nog twee andere. Dat is natuurlijk niet het probleem van de gasten van respectievelijk Promised Land, Welcome to the Village en Psy-Fi. Grappig om te lezen dat Welcome to the Village bijna het loodje had gelegd en werd gered door de commotie op de startavond toen er een optreden stilgelegd moest worden wegens geluidsoverlast. De organisatie vroeg zich bij die gelegenheid af wat zo’n papieren norm nu zegt over de door anderen ervaren overlast. Vermoedelijk niet veel.

Stichting Groene Ster Duurzaam heeft in het verleden meerdere keren gevraagd om een fijnmazig net van meetpunten bestaande uit microfoon en windmeter (sterkte en richting). Werd nooit nodig gevonden en op steun van de festivalorganisaties hoefde de stichting niet te rekenen. Merkwaardig want ook de organisatoren hebben er belang bij dat het geluid zorgvuldig wordt gemeten. Als ik hardlopend de wind in mijn oren hoor suizen en ik zie een microfoon hangen dan kan het bijna niet anders dan dat die dingen overwegend omgevingsgeluid registreren. Inderdaad een papieren norm zegt niet veel, een omgevingsbewuste festivalorganisatie had ook aangedrongen op een representatieve geluidsmeting. Kun je merken dat de organisatoren te lang door ambtenaren uit de wind zijn gehouden.

Dit jaar tijdens Psy-Fi een strandje voor geklede dagrecreanten, voor zover (mij) bekend is daar niemand gesignaleerd. Niet verbazingwekkend, met Hollands zomerweer (zon afgewisseld met wolken en kans op een bui) is het altijd rustig in de Groene Ster. Veel mensen verkeren in de foutieve veronderstelling dat die o zo zielige kindertjes uit arme wijken nergens anders terecht kunnen. Die kindertjes zijn er helemaal niet in de zomervakantie want elders in het land van herkomst van hun ouders. Iedereen die de moeite heeft willen nemen om te gaan kijken kan vaststellen dat je probleemloos midden in de zomer(school)vakantie een festival in de Groene Ster kunt organiseren. Maar niet aan de randen van een vakantie. Wie bestuurlijke ballen heeft drukt op de resetknop om helemaal opnieuw te beginnen.